DAY 1

Aug 04 2016

Vakantie! En deze vier ik met Ed, mijn man, en onze buurtjes Paul en Miriam. Samen vormen wij de reisgroep WoWo, ontstaan door de eerste twee letters van beide achternamen samen te voegen. Eindelijk mogen we de enthousiaste ideeën en bijzondere bezienswaardigheden in de praktijk gaan brengen!

Een landing op Cuba kun je het beste beschouwen als een reis terug in de tijd, dankzij 50 jaar volhardende revolutie van Castro. Cuba werd de kleine vriend van de Sovjet-Unie.Toen deze zich ook ging hervormen en uit elkaar viel, waren de Cubanen op zichzelf aangewezen. Inmiddels heeft Cuba nieuwe vriendjes, Venezuela en China, die het land in deze moeilijke tijden helpt. Toch heb je dagelijks te maken met het gebrek aan nagenoeg alles. De laatste jaren laat Cuba, in de persoon van Raoul Castro, de socialistische teugels iets vieren, maar dan nog. Toeristen zijn inmiddels welkom en Cubanen mogen als zelfstandige werken. Maar vergis je niet, er is maar één holding: Cuba B.V.

Zo is geld, om te beginnen, een dingetje. Er wordt voor de buitenlanders een aparte valuta gebruikt, de CUC. Cubanen zelf betalen met Peso's. De achterliggende gedachte is natuurlijk dat die vervloekte kapitalistische medemens stukken meer moet betalen voor haar verblijf in het 'Cubaanse paradijs'. CUC's kun je alleen kopen in Cuba en omdat je ze direct nodig hebt voor transport naar de stad, staan er grote rijen bij het wisselkantoortje op de luchthaven. Iedereen die ooit in een communistisch land is geweest, weet dat geduld en kinderlijke verbazing twee items zijn die je zeker niet moet vergeten in te pakken. Nadat we in het bezit zijn van de begeerde CUC's kunnen we officieel van start met het CubaConga spel.

Het CubaConga spel? Ja, dat lees je goed. Dit is de uitdaging die je als toerist aangaat in Cuba. Dankzij een boekje, geschreven door een Nederlander die al jaren op Cuba woont, leer je spelenderwijs om te gaan met de onuitputtelijke creatieve praktijken van Cubanen om geld aan je te verdienen. Wat zou jezelf doen? Voor een Cubaan is wonen, gezondheidszorg en opleiding nagenoeg kosteloos. En dankzij voedselbonnen krijg je rijst en bonen. Maar voor al het andere, moet je diep in de buidel tasten. Volgens het "nieuwe mens" principe verdient iedereen hetzelfde, ongeacht of je nu dokter of vuilnisman bent. En dat betekent dat je voor een paar simpele schoenen minimaal één maandsalaris kwijt bent. Dus wil je niet je hele leven op een bonen-met-rijst-dieet én een klein beetje luxe in je leven, zorg dan dat je wat extra geld verdient. En de meest makkelijke manier is de toerist. Bij veel achteloze buitenlanders valt het geld immers bijna vanzelf uit hun vakantiezakken, andere moeten een beetje geholpen worden. Niks nieuws natuurlijk maar het grote verschil in Cuba is dat dit niet enkel gebeurt door lager opgeleide mensen maar ook door artsen, leraren en politie.

Cuba Conga is een eenvoudig spel. Telkens wanneer je een scam doorziet of het systeem weet te omzeilen, krijg je punten Als je je toch weer hebt laten beetnemen zak je terug naar een lager level. De eerste punten scoren we door niet in de urenlange wachtrij te gaan staan in de aankomsthal. In plaats daarvan lopen we de trap op naar de vertrekhal. Daar zijn er slechts 4 wachtenden voor ons, waarvan een Nederlandse dame die graag van haar laatste CUC's afwil. Deze kunnen we voordelig overnemen, scheelt haar weer wachten en wij zijn er blij mee.

Op naar de taxi standplaats! Een jetlag, nog niet vertrouwd zijn met de CUC en het niet machtig zijn van de taal, zorgt voor wat startproblemen. Maar dankzij het boekje weten we een eerlijke prijs te bedingen en is level één een feit.

Miriam is al enige van ons al eens op Cuba geweest en ze vindt het heerlijk om weer terug te zijn. Zelf verbaas ik me over het aantal oude auto's en vrachtwagens, vooral in de staat waarin ze zich bevinden. Maar bovenal geniet ik van de Cubaanse sfeer, die direct voelbaar is.

De gezellige Casa blijkt weggestopt achter een hemelsblauwe deur in het oude deel van de Havana, direct aan de Plaza Vieja met sfeervolle terrasjes, live muziek, bier, Mojito's en Pina Colada's. Daar waren we aan toe! Bij het afrekenen blijkt de rekening te hoog, na correctie twijfelen we over de servicefee en prijs van het bier maar al met al geen geld voor de drankjes die we op hebben. Weer drie minuten verder blijkt zowel de fee als de prijs van het bier onjuist. Euro 5,00 teveel betaald. Jammer, nu staan we weer op level zero.

Na de borrel lopen we een klein rondje door de stad en ik ben erg onder de indruk. Het is alsof je door een verstilde droom loopt. Eeuwenoude, vervallen koloniale herenhuizen worden afgewisseld met gerestaureerde monumentale panden. Achter elke deur of raam voel je dat er een verhaal achter zit. De Cubanen en de stad straalt veerkracht uit en is vol kleur en passie. Het diner, uiteraard met swingend live muziek, maakt deze eerste dag compleet.!

DAY 2

Aug 05 2016
Walkingtour Havana

Na een rustige start, genieten we van een zeer gezond en uitgebreid ontbijt op ons dakterras. Miriam deelt haar fruit met onze huisschildpad Taña. We hebben met haar te doen, dit is geen plek voor een reptiel. We vinden het een wonder dat ze het weet te overleven in het kleine teiltje water. Het heeft meer weg van levende schildpaddensoep. Zodra ze het fruit ruikt, gaat echter de turbo aan en hapt ze gretig naar de watermeloen. Ook geven we haar vers water, alle beetjes helpen.

Onze wensen van vandaag blijken op één lijn te liggen en Ed is vandaag gids op onze Havana-op-slippertjes-tour. We lopen langs het Capitolio, een kopie van het DC in Washington, duidelijk een gebouw van vóór de revolutie. Ik vind het dan ook ironisch dat juist dit pand momenteel grondig verbouwd wordt om dienst te gaan doen als zetel van het Cubaans parlement. Socialisme is soms een verwarrend begrip in Cuba.

We slenteren verder door de oude straten met hier en daar een winkeltje waar soms een stukje vlees of shampoo wordt aangeboden. Hier geen uithangborden of reclame, er is immers niet zoveel te koop. Rondkijken doe je hier niet alleen om je heen maar vooral omhoog. Na de revolutie in 1959 pakte Fidel Castro alle herenhuizen en paleizen van de rijke buitenlanders af (voornamelijk Amerikanen) en gaf deze aan de Cubaanse bevolking. Veel van deze monumentale panden zijn inmiddels tot op de laatste verfspetter vervallen en is het soms onvoorstelbaar dat er nog mensen wonen. Binnen worden de hoge plafonds handig benut, door er een extra verdieping in te maken. Gewoon met planken, oude deuren of iets anders wat voor handen is. De van oudsher stijlvolle balkonnetjes hangen nu roestend en zuchtend hun tijd uit. En dat kan nooit lang meer zijn. Al geeft het feit dat UNESCO Havana op de werelderfgoedlijst heeft geplaatst, weer wat hoop.

Kort daarna zien we hoe een oude man, door twee andere mannen, in paniek de weg op wordt gedragen. Gezien zijn huidskleur moet hij zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Een derde man gaat midden op de weg staan om een auto tot stilstand te dwingen. Uiteindelijk wordt hij in opgevouwen toestand op de achterbank gezet en weg zijn ze. Ergo: elke beschikbare auto in Cuba is dus een potentiële ziekenauto.

Op het Parque Central staan veel Amerikaanse auto's volop te blinken in de zon, klaar om de toeristen een echte Cuba Experience te bezorgen. Tegen zoveel gepoetst chroom en kleurrijke schoonheid zijn wij niet opgewassen, dus zetten we deze direct voor morgen op de vakantieplanning.

In de langste winkelstraat van Havana, de Calle San Rafaël, is het weer gezellig druk. De staatswinkels worden beetje bij beetje weer gevuld. Uiteraard niet zoals voor de revolutie maar het begin is er. Hollands verleden is er ook getuige het Philips logo op een pand. Het huidige assortiment en uitstraling lijkt op die van onze westerse kringkoopwinkels. Alleen hier moeten ze twee jaarsalarissen(!) neertellen voor een oerlelijke omastoel met bloemetjesmotief.
Als ze toch eens zouden weten dat deze bij ons gratis af te halen zijn!

Het Museo de la Revolución, gevestigd in het voormalig presidentieel paleis, is een must see. Het vertelt het heroïsche verhaal van Fidel & Raoul Castro en Che Guevara. Zij waren het die hebben gezorgd dat dictator Batista werd afgezet en de revolutie een feit was. Via de vele zalen met beeldmateriaal word je meegenomen in deze historische gebeurtenis van 1959. Volgens Castro is het socialisme hèt antwoord op alle armoede en ellende veroorzaakt door de dictatuur. Castro is nog steeds populair al weet de bevolking inmiddels dat socialisme vaak ook een synoniem is voor dictatuur. Of zoals Harrie Jekkers in zijn liedje 'Over 100 jaar' zingt: 'de nieuwe leiders blijken net zo autoritair'.

Vandaag de dag is er nog steeds alleen maar staatsradio en dito krant. Kinderen leren op school socialistische spreuken en geboren in Cuba kun je het land niet zomaar verlaten. Maar dankzij Castro kan iedereen kosteloos studeren, is de babysterfte laag en is gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk. Voor zover er apparatuur en medicijnen beschikbaar is natuurlijk.

Het aparte museum Memorial Grandma is helaas gesloten. Deze huisvest de boot waarmee de revolutionairen aan land kwamen om Batista af te zetten, de meeste van hen leefde namelijk in ballingschap in Mexico.

Al deze geschiedenis moet we even verwerken en dat gaat toch het prettigst met Cubaans rum en bier. We lopen naar Plaza de la Catedral en zien een prachtig terrasje. We denken slim te zijn om via een overkapping te lopen maar dit blijkt het territorium van agressieve wespen, die het op Miriam hebben voorzien. Gelukkig worden de drankjes gereserveerd met ijs, die door haar dankbaar worden gebruikt om de bult op haar voorhoofd te koelen.

Net terwijl de live band begint te spelen, zien we een bekende. Althans...de opvallende verschijning herkennen we uit ons boekje. Met zijn grote witte snor, baret en rode shirt is hij ook niet te missen. Ik laat hem mijn boekje met zijn foto zien en trots haalt hij zelf de Traveler te voorschijn en moet hard lachen; hij is beroemd! Paul zet ons samen met de reismagazines op de foto maar natuurlijk moet ik ook nog even met hem poseren met een sigaar. Echt een toeristisch kiekje maar daarom niet minder leuk.

We genieten van ons diner in een oude drukkerij met een wel hele bijzondere sfeer. Het is een karakteristiek pand waarin nog diverse oude drukpersen staan. Alles draait hier om het alfabet, zelfs de stoelen hebben de vorm van een letter. De open ruimte in het midden van het pand, is het domein van schildpadden en tropische planten. Een prima plek om deze heerlijke dag af te sluiten!

DAY 3

Aug 06 2016
The American way

We stijgen al vroeg in de ochtend een level in het Cuba-Conga spel als we i.p.v 40 CUC slechts 25 CUC voor een Amerikaanse auto betalen. Het is fantastisch om te zien hoe trots ze op hun voertuig zijn. Het piepen en kraken van de veringen is sfeerverhogend. Met de warme wind door onze haren ontdekken we een hele andere kant van de stad. We rijden een stukje over de Malacon, dé boulevard van Havana en zien de rijkere buitenwijken.

We rijden door naar een parkje waar niemand minder dan John Lennon al op een bankje op ons zit te wachten. Net wanneer Miriam een goed gesprek met hem wil beginnen, komt de parkwachter aangesneld met zijn ronde brilletje. Erg grappig! Ook voor Paul en Miriam heeft hij een zelfde modelletje. Ook Ed en ik gaan even met hem op de foto. Overigens geen slechte keuze voor een muziekgenie om juist hier te gaan zitten. Als er ergens muziek door de aderen stroomt, is het Cuba wel.

We eindigen de tour op de Plaza de Revolución José Martí (Cubaanse held 19e eeuw) Ook hier geven de vele oldtimers het plein een vrolijke teint. Het heeft wel iets weg van een Sigma kleurenwaaier. Het was hier op dit plein waar enorme volksmassa's de eindeloze toespraken moest beluisteren van de leiders. Al zwaaiend met je Cubaanse vlaggetje kreeg je de boodschap: Socialisme of de dood. Ik kan me persoonlijk iets gezelligers voorstellen.

Op het plein staat ook een enorm obelisk met aan de voet het kolossale standbeeld van Martí. Pas als Miriam ernaast gaat zitten, is te zien hoe groot het standbeeld werkelijk is. Omdat de temperatuur inmiddels alweer is opgelopen tot 34 graden, wordt het tijd om op zoek te gaan naar water en schaduw.

We lopen naar het Hotel National. Dit hotel is ongetwijfeld het elegantste hotel van heel Cuba. De entree en lobby zijn voorzien van licht marmer en sierlijk bewerkt koloniaal hout. Het hotel vindt zijn oorsprong in de Amerikaanse hoogtijdagen, toen de maffia met haar gokpaleizen goed floreerde. Ook de ligging is prachtig, op een rotspunt met uitzicht op de oceaan. Niet geheel toevallig liggen hier dan ook de tunnels die gebouwd zijn voor de Koude Oorlog. Voor diegene die de schoolbanken alweer een tijdje geleden hebben verlaten: Cuba werd direct na de revolutie gesteund door de Sovjet-Unie tot grote ergernis van Amerika. De relatie verslechterde in een rap tempo, zeker toen de Cubaanse olie naar Rusland ging. De CIA deed samen met contra-revolutionairen pogingen voor een invasie op Cuba, maar deze mislukte. Dit alles zorgde ervoor dat Castro alleen maar meer in de armen van de Sovjet-Unie werd gedreven. Op het moment dat deze in 1962 kernraketten plaatste op Cuba, waren de rapen gaar en kwamen deze twee supermachten recht tegenover elkaar staan. De hele wereld hield 13 dagen haar adem in, want een kernoorlog dreigde. Gelukkig waren er in beide kampen toch nog mensen met een beetje verstand en in plaats van de wereld te vernietigen werden alle diplomatieke en handelsbetrekkingen met Cuba verbroken. De tunnels buiten in de tuin waren bedoeld om een nieuwe invasies op Cuba te kunnen zien aankomen. We lopen door de restanten van de tunnels, vinden en loggen een geocache, snuiven de cultuur op en vervolgen onze weg.

Omdat je nu eenmaal niet de hele dag rum kunt drinken tegen de dorst, moeten we regelmatig op zoek naar drinkwater. Net als zoveel eerste levensbehoeften is het schaars en dus duur. Een 1,5 literfles gaat voor 2 CUC (€1,79) over de toonbank, als het al te koop is. De kunst is dus een winkel te vinden die én open is én water tegen een schappelijke prijs verkoopt. Je zou er bijna van aan de drank gaan, want dat is hier is hier in tientallen soorten altijd en overal te koop. En spotgoedkoop.

Een lokale fruitmarkt met heerlijke mango's komt vervolgens op ons pad, die we daarna zittend in een parkje op ons gemak verorberen.

Reizen in Cuba is erg indrukwekkend en vermoeiend, er is ook zoveel historie om te zien. Daarom besluiten we in hetzelfde restaurant als gisteren te eten. Culinair gezien de beste tot nu toe trouwens.

Het restaurant verandert in een Efteling attractie wanneer er een enorme onweersbui losbarst. Terwijl we net van ons hoofdgerecht genieten, worden we naar het dichte deel verhuisd. Niet voor niks want vijf minuten later stroomt het water langs de muren en zien we via het open gedeelte hoe de enorme lichtflitsen Havana in de spotlights zet. De zware donderslagen geven het geheel een spookachtig effect. De tropische bui houdt het na een uur voor gezien en lopen we moe maar voldaan richting onze casa.

DAY 4

Aug 07 2016

Havana

CubaCU

Cienfuegos

CubaCU

Vandaag kunnen we onze huurauto ophalen, echt een mannentaak vinden wij vrouwen. Papierwerk en Cuba, vermoedelijk een tijdrovend klusje, dus Miriam en ik nestelen ons eens lekker op het dakterras. Nog geen uur later horen we getoeter en staan de heren alweer voor de deur met een bloedrode maar vooral gloednieuwe Geely G6. Knap staaltje werk, temeer omdat hartje Havana autoluw is en veel eenrichtingsstraatjes heeft.

Voor we Havana verlaten rijden we nog even langs de Amerikaanse ambassade die sinds een paar maanden weer open is. Ruim 50 jaar was deze deur op slot! Voor de ambassade staan heel veel vlaggenmasten, destijds als propaganda tegen de VS neergezet. Een grote Cubaanse vlag wappert fier boven in een mast. Als je goed kijkt zie je ook een Amerikaanse vlag, maar deze een stuk kleiner. Cuba is hier de baas, zover is duidelijk!

Eenmaal buiten de stad blijken de wegen boven verwachting goed. Driebaans wegen die ook nog eens van goede kwaliteit zijn. En omdat autorijden voor de meeste Cubanen niet weggelegd is, is er ruimte genoeg. Om dezelfde reden zie je overal lifters; staand, hangend en soms zelfs liggend in de berm. Op het moment dat ze een auto horen, gaat er een hand omhoog en wordt er met een geldbriefje gezwaaid.

We maken een zwemstop in een cenote die helaas niet zo onontdekt is al Paul had gelezen. Daarna snorkelen we in zee om onze lichaamstemperatuur naar beneden te krijgen. Alleen...de zee is zo ontzettend warm dat je bijna op zoek gaat naar het knopje voor de bubbels. Toch doet de stop ons goed en we rijden door naar de Varkensbaai waar wederom een stuk historie op ons ligt te wachten. In deze baai, Playa Giron, kwamen de contra-revolutionairen aan land, om Fidel af te zetten. De CIA steunde hen van harte. Toch ging het helemaal mis en vele van hen vonden er de dood. Het bijbehorende strand valt erg tegen en we zetten koers naar onze casa particulares in Cienfuegos. Het diner in een oud herenhuis valt voor mij erg tegen, het is de vieste vis ooit. Als het al vis was. Gelukkig heb ik drie tafelgenoten dus hoef ik niet met een lege maag naar bed. Buenos noches!

DAY 5

Aug 08 2016

Ook in deze casa worden we verwend met gesneden fruit, versgeperst mangosap en roergebakken eieren. We nemen het er elke ochtend goed van, niet alleen omdat het heerlijk smaakt maar ook omdat de lunch er bij ons regelmatig bij in schiet. Gewoon omdat we weer iets aan het ondernemen zijn en pas merken hoe laat het is, als onze lege magen beginnen te knorren. Cienfuegos is de derde grote havenstad van Cuba en de voornaamste exporthaven van suiker. De talrijke herenhuizen en paleizen die door de kolonisten zijn neergezet herinneren aan deze kosmopolitische en tegelijkertijd roemruchte tijd. Hun geld verdiende ze op de suikerplantages waar slaven onder erbarmelijke omstandigheden moesten leven en werken. Ook het binnenste deel van het rustige stadshart van Cienfuegos was verboden terrein voor zwarte mensen. Dit alles ligt gelukkig al een paar eeuwen achter ons, wat is gebleven is een multiculturele samenleving.
We bezoeken Palacio de Valle, gebouwd door een puissant rijke handelsfamilie. Het heeft een Moorse stijl, geïnspireerd op het Alhambra in Granada. Toen het eindelijk af was, kreeg zijn dochter het als huwelijkscadeau. Eenmaal binnen genieten we de diverse stijlen die gek genoeg toch met elkaar in harmonie zijn. Er zijn zo ontzettend veel details te zien dat we ons goed kunnen voorstellen dat de bouw in totaal ruim 30 jaar in beslag heeft genomen. Via een prachtige smeedijzeren trap komen we uit op een terras waar een heerlijk zeebriesje ons welkom heet. Het is ontzettend warm in Cuba, elke zuchtje wind wordt door ons direct uitgebuit, we gaan dan ook even zitten, uiteraard met een verkoelend drankje. We zijn het met elkaar eens dat deze familie het goed voor elkaar had, alleen de manier waarop het zijn geld verdiende is natuurlijk discutabel.

Het allermooiste plekje van Cienfuegos ligt echter aan de overkant van het water: Castillo Jagua. De planning is dat we de boot van 13:00 nemen, die ons in een uurtje tijd hier naartoe brengt. We zijn ruim op tijd maar zien dat er een enorme rij Cubanen met koelboxen en strandkleding staan die ook met de boot willen. Er wordt blijkbaar ook gestopt bij een strandje en aangezien de Cubanen zelf ook vakantie hebben is het er een drukste van jewelste. We sluiten netjes aan in de rij, de boot kunnen wij vanaf hier nog niet zien. Op het moment dat de Cubanen gaan dringen en brutaal over een muurtje beginnen te springen, beseffen we dat het waarschijnlijk geen grote boot is. Na wat geduw kunnen ook wij een kaartje kopen en zien we nu ook de boot liggen.

Deze is voor Nederlandse begrippen ongeveer gebouwd voor honderd personen maar dit is nu Cuba. Tegen de tijd dat wij bij de boot zijn is deze zo vol, dat we even twijfelen of het wel verstandig is om erop te stappen. Flarden van nieuwsberichten van overvolle gekapseisde veerboten schieten even door mijn hoofd maar het gevoel voor avontuur wint. Er is alleen nog plaats op het voorste deel van het schip, waar ik nog de mazzel heb dat ik kan zitten op een stukje ijzer. Op mijn meegenomen kussentje, dat dan weer wel. Paul, Miriam en Ed moeten staan. De boot is zo vol dat deze een half uur voor het officiële vertrektijd uit vaart. Cubanen hebben een hekel aan waterspetters en al snel wordt er geduwd en geschoven op het voorstel deel van het dek om niet zeiknat te worden. We zijn, zover ik het kan zien, de enige toeristen op deze veel te volle boot. Een jonge groep Cubanen hoor ik diverse keren het woord Titanic tegen elkaar uitspreken. Mmmm, niet echt geruststellend. Na een half uur wordt het echter steeds gezelliger op het dek en vinden ze die gekke buitenlanders volgens mij wel leuk. Ik hoor ze in het Spaanse discussiëren waar we vandaan zouden komen. De ene denkt Groot-Brittannië, de andere denkt Rusland en uiteindelijk tikken ze op mijn schouder en vragen ze het gewoon. Mijn antwoord is goed vermoed ik, want nog geen 5 minuten later ben ik onderdeel van de groep wat ook betekent dat er nu ook rustig op mij geleund mag worden.

De sfeer is zo goed dat ik het allemaal prima vind. Ook Miriam, Paul en Ed hebben het erg naar hun zin, er wordt heel wat afgelachen. Bijna aan de overkant ontdekt Paul nog een zak Duyvis borrelnoten in zijn rugtas en we besluiten deze uit te delen. In no-time zien we overal handjes, hier houden ze wel van een fuif. Lachend verlaten we met nog een paar anderen de boot, onze nieuwe vrienden gedag zwaaiend.
Eenmaal op de steiger vraagt Paul zich hardop af of we wel goed zitten voor de Castillo. Het fort waar Paul, en wij dus ook, naar op zoek zijn is in 18e eeuw gebouwd door Spanjaarden om de Engelse smokkelaars en piraten te weren. Tijdens de Spaans-Engels oorlog is het huidige fort opgetrokken. Na 50 meter lopen staan we al voor het fort en deze ziet er bezienswaardig uit. Eenmaal binnen blijkt de entree zo belachelijk hoog te zijn, dat we besluiten er gewoon een rondje omheen te lopen. Voor de zekerheid pakt Miriam haar reisgids er even bij en leest hardop voor: ‘Het mooiste aan het fort, is de bootreis ernaar toe’. We moeten hier hartelijk om lachen en na een uur besluiten we de boot weer terug te nemen.

Dit keer kunnen we als eerste kiezen waar we willen zitten maar blijken per abuis voor de zonkant te hebben gekozen wat afzien betekent. Maar al met al was we dit avonturenbootje voor geen goud willen missen.

DAY 6

Aug 09 2016

Paul en Ed gaan in de ochtend samen op avontuur naar een lost place. Leidend voorwerp is de enige kerncentrale die ooit in Cuba is gebouwd. Uiteindelijk is deze nooit in gebruik genomen maar Paul heeft deze hoog op zijn wensenlijstje staan.

Miriam en ik gaan op zoek naar een bank voor de broodnodige CUC’s. De bewaker bij de toegangsdeur van het bankgebouw laat ons en een Franse toerist niet toe, maar vele andere Cubanen die na ons komen mogen wél naar binnen. Dit leidt tot irritatie zelfs een Cubaanse vrouw besluit het voor ons op te nemen en gaat met hem in discussie. Wat we ervan begrijpen is dat wij komen om geld te wisselen en alle Cubanen die naar binnen mogen komen voor andere zaken. Na 15 minuten wachten mogen wij eindelijk naar binnen en krijgen we een nummertje. We gaan netjes zitten in de wachtruimte, middenin het bankgebouw. Rechts staan loketten, voor en links van ons staan allemaal bureaus met verveelde overheidsmedewerkers erachter. In totaal zitten we met een stuk of 30 mensen te wachten. Aangezien het in Cuba niet uitmaakt hoe goed of hoe snel je werkt, halen we maar eens diep adem. Dit kan weleens een paar uur gaan duren. We zijn dan ook zeer aangenaam verrast als ons nummer al met 5 minuten op het scherm verschijnt. Miriam gaat wisselen en ik kijk eens uitgebreid om me heen. De Cubanen worden geholpen aan de lage bureaus, dit gaat vaak met veel discussie gepaard. Hebben ze uiteindelijk een cheque bemachtigd dan gaan ze weer terug naar de wachtruimte tot ze bij een apart loket worden geroepen waar ze de cheque uitgekeerd krijgen in contanten. Ondertussen zie ik dat Miriam na een ander loket moet maar na 20 minuten komt ze terug met een hele stapel CUC’s. Hier kunnen we voorlopig wel weer even mee voort, wel zo prettig.


De mannen zijn wederom veel sneller terug dan wij hadden verwacht. De kerncentrale is militair terrein, dus minder verlaten dan ze gehoopt hadden. En Cubaanse militaire regels kun je maar beter niet schenden. Op de terugweg hebben ze twee lifters meegenomen, woonachtig in het nabij gelegen ‘nucleair city’, het dorp wat is ontstaan voor de bouw van de kerncentrale. Ondanks dat ze liever twee mooie chicky’s wilden, vonden ze Hector en Ernesto toch ook gezellig. We halen snel onze spullen op en laten Cienfuegos achter ons, niet wetend waar we vannacht zullen slapen. Leuk!

We stoppen onderweg bij een natuurreservaat om met een bootje het water op te gaan. Het moet een prachtig stukje natuur zijn met veel watervogels waaronder veel flamingo’s. Onze eigen reisleider Paul heeft op internet gelezen dat het nog niet echt ontwikkeld is, je moet daar zelf een bootje zien te regelen. Bij aankomst blijkt maar weer dat Cuba rap aan het veranderen is. Het wordt inmiddels gerund door de staat (wie anders) en entree met bootje kost 10 CUC p.p. (ongeveer Euro 9,00). We proberen nog wat Cuba-Conga trucje maar helaas. We doen even wat onderzoek bij andere toeristen die net het park uitkomen en besluiten dat we het toch wel graag willen zien. Nu blijkt dat we niet meer meekunnen omdat het maximaal per dag op 40 personen al bereikt is. Jammer, maar wel goed om te horen dat ze zuinig zijn op de natuur.

Terug naar de koele auto om onze weg te vervolgen. De route brengt ons langs de kust met nog steeds goede wegen en overal prachtige groene vegetatie. We krijgen zin in een dagje strand en stoppen daarom bij een groot hotel direct aan het strand. Het blijkt een staatshotel welke garant staat voor onverschillig personeel, exorbitante prijzen voor een deprimerend en sfeerloos onderkomen. Nee, dank je. Na weer een uurtje passeren we de ingang van ‘Villa Guajimico’ en ergens gaat er een belletje rinkelen. Dit was toch dat onderkomen met die leuke cabana’s die we op internet hadden gezien? Paul denkt van niet, Miriam denkt ook van wel.

Wat we ervan weten te herinneren is dat het prachtig ligt aan een inham maar ook dat het vol en duur was. Toch zijn we nieuwsgierig dus nemen we de afslag. We komen bij een parkeerplaatsje met twee Cubanen. Op onze vraag of er mogelijkheden zijn om hier te overnachten, wordt er hevig overlegd en daarna krijgen we te horen dat er geen plek is. Dan komt een andere man naar ons toe die een beetje Engels spreekt. Hij legt uit dat hun niet gemachtigd zijn om te zeggen of er wel of geen plaats is. 'Nee zeg, stel je voor dat je buiten je boekje gaat', denk ik sarcastisch

We mogen doorrijden naar de receptie iets verderop. Miriam en ik gaan naar binnen maar de stugge receptioniste zegt dat we vijf minuten moeten wachten. Geen hond die weet waarom, maar dit is nu eenmaal Cuba dus doen we braaf wat ze vraagt. Na vijf minuten beveelt ze: ‘paspoorten’! Er is dus plek! De prijzen zijn niet duurder dan een Casa Particulares dus wij zijn zeer tevreden. De receptioniste begint aan het papierwerk en wanneer ze het paspoort openslaat van Miriam ontdooit ze als een sneeuwpop onder een zonnebank. Ze heet namelijk ook Miriam! Onze cabana’s zijn wel wat verouderd maar de ligging is prachtig. We trekken snel onze zwemkleding aan en volgen de bordjes naar het zwembad, tijd voor een drankje en een duik. Het eerste blijkt een succes, het tweede minder. Het zwembad is gevuld met zeewater en is bovendien erg warm. Na een tweede drankje besluiten we te gaan snorkelen in de zee. Een goede keuze! De inham waar we in liggen is ongeveer honderd meter diep waardoor het water beschut ligt. De rotswanden zijn hier een ideale woonplaats voor vissen en dat is puur genieten. Pas wanneer de zon bijna is onder gegaan, halen we onze neuzen uit het water. Dat was een bijzonder mooi! Enige nadeel is dat het zeewater hier ook zo warm dat we nauwelijks zijn afgekoeld. Het is een wonder dat de vissen niet levend gekookt met een schijfje citroen op hun rug rondzwemmen!

Na het zout van onze lijven afgespoeld te hebben, lopen we naar het enige restaurant dat er is. Het lopend buffet is wel aardig. We waren al gewaarschuwd dat je niet naar Cuba reist voor de culinaire hoogstandjes en dat klopt. Bij het zwembad wordt een salsa les georganiseerd voor Djoser en haar reisgezelschap. Nadat de stijve heupen van de Hollanders de dansvloer hebben verlaten, is het tijd voor de Cubanen zelf. Wat is het toch een feest om hiernaar te kijken. Of je nu jong, oud, dik of dun bent, iedereen danst vol passie en plezier met elkaar. Voor het eerst in mijn leven vind ik het zo jammer dat ik nooit op dansles ben geweest.

Na nodige alcoholische versnaperingen bespreken we onze plannen voor morgen onder het genot van een kopje koffie. Zoals elke dag is dit erg leuk om te doen, het is ook altijd zo weer voor elkaar.

Wat een heerlijke vakantie’, zegt Ed nog voordat hij in bed stapt. Hij heeft de laatste letter nog niet uitgesproken of hij geeft een gil omdat er een grote spin in zijn bed zit. Deze maar even netjes buiten gezet. Zo en nu slapen!

DAY 7

Aug 10 2016
Topas de Collantes & Trinidad

Mijn wekker gaat af om 6:30 en op zulke momenten heb ik een hekel aan mezelf en mijn voorliefde om te snorkelen. Ik heb geluk dat ik een man heb die het zijne ervan denkt maar toch zijn comfortabele bedje uitstapt en met een slaperig hoofd op zoek gaat naar zijn zwembroek. De zon slaapt vandaag schijnbaar wel uit, want deze is nog nergens te bekennen. ‘Is het niet te vroeg?’, vraag ik aan Ed. ‘Welnee’. We doen onze snorkels op en de vissen zijn gelukkig wel al wakker. We zien een prachtige murene, twee grote langoustines en vele, vele andere vissen. Wat mij betreft de mooiste manier om de dag te beginnen! We ontbijten met zijn viertjes en nadat we de grote landkrabben op de foto hebben gezet, gaan we wederom op pad. Vandaag staat nationaal park Topas de Collantas en Trinidad op het reismenu.

Onze vooraf gereserveerde casa in Trinidad, in het bezit van onze landgenoot Herman en zijn Cubaanse vrouw, vinden we snel. We schudden elkaar even kort de hand, droppen onze koffers en rijden door naar het natuurgebied Topes de Collantes, waar we de hike 'Sendero Caburni' willen maken.

Vlak daarvoor bezoeken we een uitzichtpunt en wat we zien bevalt ons. Wat is het hier prachtig groen! Gezien het feit dat we aan het einde van het droge seizoen zitten, zijn we positief verrast.

Deze mooie waterval moet de zware hike ruimschoots goedmaken, dus dat wordt genieten. Wat minder genieten wordt, is de temperatuur. Het kwik stijgt overdag makkelijk tot de 34 graden. Tezamen met de hoge luchtvochtigheidsgraad ben je na een paar minuten al doorweekt. Jezelf opmaken of je haar föhnen is echt zonde van je tijd. De heenweg begint met een hele steile lange asfaltweg, daarna gaat het over in tropisch regenwoud. We lopen tegen een hutje aan waar we ons moeten melden en jawel... flink moeten betalen. Het kan niet anders of Raoul en Fidel Castro moeten stiekem toch wel heel blij zijn met die vervloekte kapitalisten!

In totaal is het 3 km grotendeels steil bergafwaarts. We hebben stuk voor stuk genoeg wandelervaring om te realiseren dat we dit straks ook allemaal weer omhoog moeten klauteren. Maar dat is pas later, denken we optimistisch. De waterval is net zo mooi als op de foto’s en we kunnen niet wachten om erin te duiken. Ein-de-lijk koel water, halleluja! Pas nadat we echt zijn afgekoeld kleden we ons weer om en klauteren vol goede moed weer omhoog.

De eerste vijf minuten althans, daarna vraag ik mezelf af waarom ik mezelf dit toch elke keer aandoe. Drie kilometer omhoog klauteren bij tropische temperaturen is altijd zwaarder dan je van te voren denkt. Helemaal als je zo stom bent om vergeten te lunchen en het eten wat we bij ons hebben ligt nog in de auto. Shit! Op het moment dat we tussendoor een Cubaanse verkoper zien staan met een notenreep ben ik bereid de hoofdprijs te betalen en vreet ik bijna het plastic erbij op.

We klimmen verder omhoog terwijl boven onze hoofden een onheilspellende tropische regenbui dreigt. Wat begint met een beetje gerommel en een paar druppeltjes regen, wordt al snel een stortbui met zwaar onweer en bliksem. De bui hangt recht boven ons, het gaat gigantisch tekeer. Gelukkig kunnen we even schuilen bij het beginpunt maar omdat we nog terug naar de auto moeten, gaan we zodra het weer gaat, verder. Eenmaal aangekomen bij onze Chinees vervoersmiddel, ben ik bekaf. De broodjes met de door Paul en Miriam geïmporteerde Nutella worden al rijdend gretig naar binnen gewerkt. Daar knapt een mens van op!

Het is inmiddels al 19:30, precies op tijd voor het avondeten in onze casa. Ik merk dat ik echt moeite moet doen om niet met hoofd in mijn bord eten in slaap te vallen, dus zeg ik iedereen welterusten. Mijn reisgenoten maken nog even een avondwandelingetje door Trinidad.

DAY 8

Aug 11 2016

Onze casa zit midden in Trinidad en het is werkelijk geweldig om bovenop het dakterras de stad te zien ontwaken. Ik dacht dat ik door Havana wel wat gewend was, maar in Trinidad word je nog veel veder teruggeworpen in de tijd. De charme van het stadje komt je met elke blik tegemoet. Kleurrijke huisjes, kasseien straatjes waarop paard en wagen het staatsbeeld domineren. Je proeft de sfeer van het koloniale leven nergens zo sterk als hier

Miriam kan zich herinneren dat er langs deze kust hele mooie strandjes liggen. Onze geesten en lijven zijn wel toe aan een dagje vrij dus schieten we snel in onze zwemkleding. We toeren langs de prachtige kust en kiezen voor een heerlijk zandstrandje met schaduwrijke bomen.
Paul tovert een hangmat uit zijn strandtas en installeert zich lekker tussen de brede takken. Miriam duikt in een boek en Ed en ik nemen een duik in het prachtige blauwe water. Met onze snorkels natuurlijk. Ook hier is het weer genieten van de onderwaterwereld.

Op het zandgedeelte zien we twee vliegende knorhanen (of wat erop lijkt) en eenmaal boven het rif zien we een koffervis, grote school blue tanks, papegaaivissen, vijlvissen etc etc. Ook zien we prachtige waaierkoralen, met een tevreden gevoel verlaten we het water. We maken een wisseling van de wacht met Paul en Miriam en ook zij genieten net zo van al het moois onder water. Roodverbrand keren we weer terug bij onze casa in Trinidad.

Na een verkwikkende douche wordt het tijd om deze stad te ontdekken, het wordt immers niet voor niets de architectonische schatkamer van Cuba genoemd. Ook deze stad kent zijn grote bloeitijd in de eerste helft van de 19e eeuw. Behalve suikerplantages kwamen ook de tabaksplantages en de veeteelt hier sterk op. Het oude stadhart, de Plaza Mayor is goed gerestaureerd en heeft prachtige bouwwerken. Zeker in de avonduren hangt hier een fantastisch Cubaanse sfeer dankzij diverse bandjes die hun muzikale talenten ten gehore brengen. Op een dakterras, met uitzicht over de stad, nuttigen we het diner. Veel meer valt er ook hier niet over te zeggen. Maar de vloeibare toetjes die we daarna op de trappen de La Musica nuttigen maakt alles goed. Want nippend aan overheerlijke tropische cocktails (stuk of twaalf), ben je echt zo vergeten wat je die avond ook al weer hebt gegeten!

Sanctus Spiritus

DAY 9

Aug 12 2016

Om Trinidad nog wat beter te ontdekken, zetten we onze wekker wederom vroeg. Een uur te vroeg zelfs. Maak nooit afspraken als je al te veel drank op hebt, blijkt maar weer. Ed heeft ook zo zijn grenzen en doet niet mee aan deze belachelijk vroege ochtendwandeling en draait zich nog eens lekker om. Terwijl we op onze slippertjes door de stoffige stad slenteren, ontwaakt deze in een rap tempo. Cowboy’s te paard, fietstaxi’s en verkopers die met een kist op hun fiets al rijdend hun producten aanprijzen. Het voelt alsof we in een heel ander tijdperk terecht zijn gekomen. Het historisch centrum is een plaatje, zeker in dit ochtendlicht, dus we maken gretig foto’s. Na het ontbijt nemen we afscheid van Herman en zijn vrouw. Soms bedenk je van tevoren dingen en die pakken dan toch anders uit. Zo ook met Herman. Leuk dachten wij, kunnen we in onze eigen taal eens vragen hoe bepaalde zaken nu gaan in Cuba. Maar al snel merkten we dat er geen match was, we vermoeden dat we te zelfstandig zijn. Hij is een echte regelneef. Familie is in Cuba heel erg belangrijk er wordt elkaar continu de bal toegespeeld. En aangezien hij aan ons geen taxi, boerderij excursie, gids voor een wandeltocht of andere service kan slijten, baalt hij een beetje. Dit bevestigt hij bij ons afscheid door tegen Miriam te zeggen ‘Ik zal maar niet tot ziens zeggen’.

Er wordt koers gezet naar Sanctus Spiritus maar eerst nog even langs een mooi uitkijkpunt, net buiten Trinidad. Net als we boven van het uitzicht staan te genieten, schiet ik compleet in de stress want ik ben mijn telefoon kwijt. Mijn rugtas gaat op zijn kop, alle ritsen gaan open en alle zakken worden wild geleegd. Nergens. We zoeken in de auto maar ook daar ligt ie niet. Wanneer ik me herinner dat ik mijn telefoon nog op schoot had in Trinidad net voordat ik snel uitgestapte om met mijn grote camera een idyllisch plaatje te schieten van een oud mannetje voor een kerkje, breekt het zweet me echt uit. We besluiten snel naar dat plekje terug te rijden, al is de kans natuurlijk nihil om deze terug te vinden. In Cuba is zelfs stukje zeep al van grote waarde laat staan een IPhone. En inderdaad, mijn telefoon is niet meer te vinden. Als laatste hoop vraag ik Ed nog eens mijn rugzak na te kijken en tot mijn verrassing heeft hij niet meer dan 30 seconden nodig om mijn IPhone te vinden.

Oh ja, in mijn heupband zit ook nog een handig zakje. Stom zeg, dit zal ik nog wel even moeten horen maar ik ben vooral erg opgelucht.

Na deze kleine de-tour rijden we naar het symbool van onderdrukking: de Torre Manacas-Iznagas. Deze 45 meter hoge toren diende als uitkijkpunt om de slaven op de immense suikerrietplantages van de gelijknamige families in de gaten te houden. Het meest wrange vind ik toch wel dat zelfs deze toren door slaven is gebouwd. Erover lezen is één maar wanneer ik boven in de toren sta, grijpt de donkere keerzijde van deze geschiedenis me wel aan. En dan te bedenken dat de familie Iznagas zo rijk was dat ze hebben overwogen om de vloer van hun stadpaleis in te leggen met munten. Het is dat de Spaanse autoriteiten het niet goed vonden omdat men niet wilde dat gasten over het hoofd van de koning liepen. Je verrijken ten koste van zoveel mensenleed zelfs als je van gekkigheid niet meer wat je met het geld doen....hoe ziek is dat!

De planning is om één nacht in Sanctus Spiritus te blijven maar we worden direct zen van de relaxte sfeer in deze stad. Na even zoeken vinden we een Casa Particulares die niet alleen prachtig aan een rivier ligt maar ook twee gigantische slaapkamers, een dakterras en een garage heeft. Dit laatste lijkt niet zo belangrijk maar dat is het wel degelijk. Tenminste als je het fijn vindt om je auto de volgende dag nog met vier autobanden aan te treffen.

Het centrum is op loopafstand en we vallen met onze neuzen in de boter. Of liever gezegd in de taart, want het blijkt de 90e verjaardag te zijn van Fidel Castro. Dit wordt twee dagen lang gevierd. En dus staan er lange rijen met mensen, gewapend met een leeg dienblad, voor de bakker. De gelukkigen zien we naar buiten komen met grote, mierzoete, kleurrijke merengue taarten met ‘Fidel 90’ erop gespoten. De volgende uitdaging is om de taart heel thuis te krijgen, wat resulteert in balanceren met een taart op je stuur of bagagedrager.

Een paar uur later kijken we samen met de alle inwoners vanaf een bankje op het grote plein naar een groot podium met maar liefst drie grote schermen. Hier gaat het gebeuren! De praktijk blijkt echter dat het een krakend en piepend gebeuren is van jong en oud plaatselijk “talent”.

Teruglopend naar onze casa komen we langs de bakker, die nog volop aan het bakken is. We gluren door het open raam naar binnen en een bakker vraagt of we willen proeven. We verwachten niet dat we een hele puntzak merengue krijgen. Het is inderdaad net zo zoet als het roze goedje eruitziet. Wat wil je ook als je land groot is geworden van de suikerhandel. Achter onze casa staat een tweede feestpodium en hier wordt stevige muziek gedraaid. Het volume is zo hard dat we tot ver in de nacht mee liggen te dreunen op onze matrassen. Mijn oordopjes hebben zo hun grenzen. Net als de muziek stopt, schrik ik van enorme knallen. De avond wordt afgesloten met vuurwerk. Daarna is het eindelijk, eindelijk stil.

DAY 10

Aug 13 2016

Brak zit ik aan het ontbijt, waarbij we behalve verse mangosap, bananen en een omelet ook een hamburger krijgen. Is weer eens wat anders, niet? Het wordt een rustdag vandaag en ik ben er erg blij mee. Buiten het feit dat ik alle indrukken van de afgelopen dagen moet verwerken heb ik ook te maken met een blaasontsteking.

We slenteren op ons gemak naar de parochiekerk. Oorspronkelijk was dit een houten kerk maar nadat deze tot twee keer toe door piraten was overvallen en platgebrand hebben ze maar gekozen voor steen. Het is een eenvoudige maar mooie kerk maar we gaan natuurlijk voor de klokkentoren die ons een hopelijk een mooi uitzicht geeft over de stad. Al klimmend zien we het mooie radarwerk waarmee de klok mechanisch wordt aangestuurd. De vergezichten worden door ons op de gevoelige plaat vastgelegd. En ook hier genieten we weer van wat wind, ook al voelt deze aan als een warme föhn.

Miriam, Ed en ik staan, met onze hoofden half in een klok van het uitzicht op de stad te genieten. Precies op hét moment dat de kerk de hele stad wil laten weten dat het 11:00 is. We geven Paul daarmee een voorstelling synchroonspringen en we kijken elkaar daarna verschrikt aan. Wat een herrie! Alle drie hadden we ons veilig gewaand want in deze klok, in tegenstelling tot de andere drie, hing geen klepel. De hamer aan de buitenkant van de klok hadden we alle drie even over het hoofd gezien.

Terwijl Mir en Paul samen verder door de stad slenteren gaan Ed en naar de apotheek voor medicijnen. We krijgen het niet voor elkaar. Ik heb het geluk dat Cuba het hoogst aantal opgeleide artsen ter wereld heeft die echter vaak als taxichauffeur of schoonmaker werken omdat dit nu eenmaal beter (zwart) verdiend. Zo ook de eigenaresse van onze casa. Nadat ze hoort van het ongemak kiept ze een plastic zak met medicijnen leeg, zoekt even en voilà.

Terug in het centrum kopen we een wifikaartje en hebben even contact met het thuisfront. Altijd fijn om te horen dat het met iedereen goed gaat. Zeker omdat je in Cuba echt afgesloten bent van de wereld. Geen internet, geen krant dus we hebben werkelijk geen idee wat er in de wereld gebeurt.
Voor de zekerheid checken we meteen even het verkregen medicijn op internet. Daarna besluiten we in het centrum ook nog even een marktje en het paleis te bezoeken van de familie Iznagas. Het is nu een museum en het geeft een goed beeld hoe de plantersfamilie destijds heeft geleefd en gewoond. Erg luxe, waarschijnlijk zoiets als nu de wereldsterren in Hollywood leven. Er is dan uiteindelijk afgezien van de ingelegde vloer met geldmunten maar verder is er op niets bespaard.

We treffen er zelfs een mooi Delfsblauw vaasje aan met Amsterdam erop. Hoge sierlijke plafonds en rijkelijk ingerichte kamers; muziekkamer, eetkamers, slaapkamers alles ademt rijkdom uit. Zullen deze mensen echt nooit gewetenswroeging hebben gekend?

Het einde van de dag wordt weer afgesloten met een tropische stortbui. Aan de overkant van onze casa zit een restaurant dus dat is nog eens makkelijk. Het eten is wederom vullend maar om weer niet om over naar huis te schrijven. Ook deze nacht wordt er weer volop gefeest tot 2:00 in de morgen. Maar ach, Fidel wordt maar één keer 90 jaar.

DAY 11

Aug 14 2016
Tropische verrassing

Te veel op onze lauweren rusten kunnen wij nu eenmaal niet dus we besluiten vandaag weer eens de natuur in te trekken. In het gastenboek staat een tip over een prachtige trektocht ‘The Sabina Trail’. In geen enkel boekje hebben we hier iets over gelezen en juist dat intrigeert ons. Het moet een ongerept stukje natuur zijn met een mooie waterval. De recensie is niet eenduidig over de afstand dus blijven we in het ongewisse of we nu 6 of 12 km moeten gaan lopen. Een heel verschil in dit tropische en bergachtige landschap, dus voor de zekerheid stellen we ons mentaal maar in op 12 km.

We rijden met onze Geely naar het dorpje Banao en volgen daarna een zeer slechte weg omhoog. Niet echt bedoeld voor een normale auto maar daar trekt chauffeur Paul zich niets van aan. De Geely wel. Die protesteert al krakend en piepend dat hij het er niet mee eens is. Na 15 minuten weten we toch het startpunt te bereiken. We melden ons keurig bij een bureautje waar we onze wenkbrauwen maar weer eens fronsen als we horen dat we 5 CUC p.p. voor het park moeten betalen en 5 CUC p.p voor het betreden van de paden. Tsss, zeg dan gewoon dat het 10 CUC p.p is, want wandelen is het enige wat je hier kunt doen.

We trekken onze wandelschoenen aan het gaan lekker op pad. Meteen vanaf de eerste stap treffen we een welkomstcomité van grote, tropische spinnen die vrolijk in hun web heen en weer deinen. Ieeekkk! Gelukkig wordt onze aandacht al snel afgeleid door een vreemde vogel die we uitgebreid met onze verrekijker bestuderen. Dit stukje natuur is veel authentieker dan Topes de Collantes. Hier geen platgetreden paden maar zelf zoeken welke weg je moet nemen begeleid door het gekabbel van de rivier. De waterval ‘Belle Cascade’ ziet erg aantrekkelijk uit maar we vinden het nog te vroeg om te zwemmen. Dit bewaren we voor op onze terugtocht naar de auto. Het tempo ligt laag omdat we continu iets moois zien of horen wat we dan eerst weer door de verrekijker bewonderen.

Vlak langs het pad staan Paul en Ed stil omdat ze ergens naar staan te kijken. Ik wil graag weten waar ze naar staan te kijken en vraag of ze naar het slangetje staan te turen. ‘Een slangetje?’, vragen ze. Ze keken naar een salamander en hadden daarbij het kleine mooie slangetje aan hun voeten over het hoofd gezien. We maken er een paar mooie foto’s van en gaan weer verder.

Op de terugweg spot Paul een grotere slang die voor zijn voeten over het pad kruipt. Net voordat deze in het struikgewas weet te verdwijnen, kan Paul nog net zijn staart van pakken. Boos steekt ze haar kop weer door de begroeiing waardoor we haar nog even kunnen bewonderen. Nadat Paul haar weer loslaat vervolgt ze snel haar weg het oerwoud in. Nog geen drie minuten later kruist weer en slang ons pad, dit keer voor de voeten van Miriam. De trail is misschien wel de mooiste die wij ooit hebben gelopen. Telkens zien we weer iets nieuws. Cowboy’s te paard, bijzondere vruchten en kleurrijke insecten.

De tocht blijkt in totaal 6 km te zijn en na een aantal uren komen we weer bij ‘onze’ waterval. Alleen waren we vanochtend de enige en nu treffen we er een omvangrijke Cubaanse familie in aan. Omvangrijk in de zin van het aantal gezinsleden maar vooral ook in kilo’s. Het mooie van Cuba is dat er geen gêne bestaat over het uiterlijk, alles wat je hebt laat je gewoon zien, het liefst verpakt in felgekleurde (bad)kleding. No problema! Er wordt blijkbaar iets gevierd want er staat een grote blauwe koelbox en de drank vloeit rijkelijk. Miriam en ik besluiten het bij pootjebaden te houden, de heren spartelen lekker tussen de Cubaanse familie door. Bij het aankleden komen er nog meer familieleden aanlopen. Tussen hen in een groot dienblad met een hele gebraden speenvarken. Mijn hemel, dan kan het hele dorp van eten! Het feestmenu wordt op hetzelfde bankje neergezet waarop wij ons aan het aankleden zijn en we horen dat er in de familie overlegd wordt.

Niet veel later krijg ik een stuk gebraden varken in mijn handen geduwd, we moeten proeven. Ik schrik er gewoon een beetje van, het is veel maar het voelt onbeleefd om het weer terug te geven. We besluiten er maar eens een stukje van te proberen en het smaakt verrukkelijk. Ze kunnen het dus wel, die Cubanen! Snotverdorie zeg, hier lik je je vingers bij af. Nadat Paul, onze meesterkluiver, klaar is met de botjes en de gebakken huid, is alles schoon op! We bedanken onze gastheren en lopen zeer tevreden, opgefrist én met volle buiken weer naar onze auto.

In de avond kijken we op Paul zijn laptop de foto’s van Miriam terug van 1,5 jaar geleden dat ze samen met haar zus in Cuba was. Nu we hier zelf al het een en ander gezien hebben, spreken de foto’s veel meer. Daarna kijken we een aantal foto’s die we de afgelopen week hebben geschoten maar we merken dat we allemaal te moe zijn, dus gaat de laptop uit en kruipen we ons bedje in. Godzijdank is het podium achter onze casa inmiddels afgebroken en dat betekent dat we vannacht eindelijk kunnen slapen. Fijn!

DAY 12

Aug 15 2016
On the road again

Goede nachtrust doet wonderen, dus zitten we alle vier fruitig aan het ontbijt. Met recht, want ook hier krijgen we elke dag verse vruchtensap, bananen, mango en een onbekende vrucht die we geen van alle lusten. Een hagedis komt ons gedag zeggen en zwelt daarbij als begroeting zijn rode keelzak op. Dit levert een gouden plaatje op zo in het ochtendlicht. Althans…. In ons collectief geheugen dan, want onze camera’s waren niet binnen handbereik. Zal je altijd zien!

We verlaten het prettige stadje en rijden langs het indrukwekkende stuwmeer ZsaZsa, waar vissers trots hun vangst laten zien. Daarna toeren we verder door agrarisch gebied waar paard en wagen meer regel dan uitzondering is, net als de oldtimers. Beide zijn een lust voor het oog! De weg brengt ons naar Ciego de Avila, bekend van de enorme ananasplantages. Weer eens wat anders dan de eeuwige suikerriet en bananen die we al vele kilometers aan ons voorbij zien trekken.

We kijken er nu echt naar uit maar waar we ook kijken geen ‘Piña’ te vinden. Nada. Helaas voor Paul en Miriam die graag eens met eigen ogen willen zien hoe deze zoete vrucht nu groeit. Toen Ed en ik dit voor het eerst zagen waren we namelijk verrast over het feit dat het bovenop een plant groet, bijna alsof deze erop gezet is. Vele, vele kilometers moeten we het helaas doen met lege akkers of toch weer suikerriet. Duidelijk een gevalletje van het verkeerde seizoen.

We eindigen in Cameguey bekend van de terracotta waterpotten waarin regenwater in wordt opgevangen. Ook deze stad is zo vaak geteisterd door piraten dat ze besloten meanderende straten aan te leggen, soms met maar één uitgang. Op deze manier liepen de piraten in een hinderlaag. Hoewel de reisgidsen zich positief over deze stad uitlaten, zijn wij niet overtuigd. Het begint al op het moment dat we net de stadsgrens passeren. Meteen duikt er een fietser voor onze auto, welke midden op de weg, voor ons blijft rijden. Die wil ons naar een casa brengen, zodat hij zijn commissie kan opstrijken. Aangezien wij het Cuba-Conga spel spelen, gooit Ed zijn stuur naar rechts en duikt een zijstraatje in. Vanaf de achterbank zie ik nog net dat de fietser over zijn schouder kijkt en in zijn remmen knijpt en omdraait. Wij komen intussen in een wirwar van straatjes terecht en jawel, daar heb je onze verkoper weer, ditmaal fietst hij als een gek achter ons. Uiteraard hevig zwaaiend en gebarend. We geven een dot gas en eindelijk geeft hij op. Hatseflats.

We arriveren bij de casa die we op het oog hebben, het laatste stukje moeten we lopen. Paul en ik gaan eerst eens kijken hoe het eruit ziet en of er überhaupt plek is. In nog geen vijf minuten tijd worden we wel tig keer vastgeklampt door ‘jinitero’s’ die ons een veilige parkeerplek, een casa, een stadstour of taxi willen aansmeren. Hierbij schromen ze niet om dicht tegen je aan te gaan staan. Kortom; een hele andere stad en sfeer dan we gewend zijn.

Er is plaats in de door ons gekozen herberg en nadat we de auto veilig op een bewaakt parkeerterrein hebben gezet, gaan we een paar uurtjes de stad in. We ontdekken dat Cameguey in het bezit is van een leuk pleintje en beter nog, een gezellig terras heeft waar net Happy Hour van start is gegaan. Een aantal cocktails verder stellen we onze mening over deze stad iets bij. We slenteren daarom nog even over het centrale plein voordat ons diner naar binnen schuiven. De grote wijzer van de klok heeft nog maar net de 10 aangetikt, als wij naar ons bedje verlangen. Reizen is best vermoeiend.

DAY 13

Aug 16 2016
Naar het noorden

Voor dat we de stad verlaten willen we graag de fruit- en groentemarkt van Cameguey nog even bezoeken. Deze staat namelijk bekend als de grootste van het land. Het is nog erg vroeg in de morgen maar alweer verzengend heet. We besluiten om twee fietstaxi’s te nemen. Ed start de onderhandeling en doet dit met verve. De deal is beklonken op 2 CUC per fietstaxi. Vamos! Ed en ik stappen in de voorste en Miriam en Paul nemen plaats in de achterste fietstaxi. Onze chauffeur stapt op, begint te trappen en eenmaal de vaart erin is hij niet voornemens om voor wat dan ook te remmen. De chauffeur van Miriam en Paul denkt er exact zo over en duikt nog wat verder in ons achterwiel. Als twee kamikaze chauffeurs sturen ze al claxonnerend/bellend hun voertuig door de nauwe, zigzaggende straatjes van de stad. Een charmante Cubaanse vrouw kan nog net opzij springen wanneer wij vlak voordat ze de straat wil oversteken, rechtsaf slaan. Tegenliggers of dit nu paard en wagen of een grote vrachtwagen is, wordt benaderd alsof wij in een pantservoertuig rijden in plaats van een kwetsbare driewieler. Bij een stoplicht manoeuvreert hij zijn fietstaxi met grote vaart tussen een grote bus en vrachtwagen door. Ik weet zeker dat dit niet past, maar gelukkig we houden zelfs twee millimeter over. We worden van rechts naar links geslingerd en we verwachten, of rekenen er zelfs op, dat we om gaan slaan. Ik ben blij dat we er zijn en aan de gezichten van Paul en Miriam te zien denken ze er net zo over. Ed geeft hen keurig de afgesproken prijs maar de chauffeur probeert dit nu te verdubbelen door te zeggen dat de prijs per fietstaxi was. Cuba-Conga! Ed dient hem van repliek door de afspraak te herhalen en met een zucht geeft de chauffeur het op.
Eenmaal binnen op de mercado blijkt het in aanbod een kleine markt te zijn, maar wel authentiek en echt bedoeld voor de locals.

Ook hier geen ananas kunnen spotten. Mango's, uien, kleine paprika's en bananen. Dat is het het meest voorkomende. We schieten wat mooie kiekjes en wandelen op ons gemak weer terug naar de casa, pakken onze spullen in en lopen naar de parkeerplaats waar onze auto staat.

Miriam en ik halen nog even een nieuwe voorraad water en Ed en Paul laden de auto in. Eenmaal terug bij de auto blijken we een zachte voorband te hebben. De jongen van de parkeerplaats rijdt op zijn fiets voor ons uit naar een benzinestation waar we deze kunnen oppompen. De alarmbellen gaan bij ons al wel een beetje af, met name omdat Paul bijna zeker weet dat het afsluitdopje eraf is gehaald. Maar zeker weten doen we het niet. Aangekomen bij de bandenservice kun je al zien aan de wijze waarop de twee ondernemers elkaar begroeten, dat ze veel zaken met elkaar doen. De bandenservice legt uit dat de band lek is en moet worden gemaakt, maar Paul eist dat hij de band eerst gewoon oppompt. Hij moet dit wel drie keer vragen, de man blijft volhouden dat de band geplakt moet worden. Tuurlijk. Paul weet inmiddels zeker dat ze het dopje doelbewust hebben weggemaakt en de band gewoon iets leeg hebben laten lopen. Met gebaren laat hij dit ook weten aan de Cubanen en het begint tot hen door te dringen dat we ze doorhebben. De band wordt opgepompt en er blijkt geen lek te zijn. De klootzakken. We nemen ons verlies en betalen in totaal 2 CUC voor de scampoging.

Deze stad laat een nare smaak achter, zeker omdat de eigenaar van de bewaakte parkeerplaats familie is van de casa waar we verbleven. Toch verwijten we ons zelf dat we beter hadden moeten opletten hoeveel dopjes erop zaten, dan hadden we direct stampij kunnen maken, toen we er eentje missen. Ach ja, daar gaan weer een aantal Cuba-Conga punten. Overigens geen slimme zet van de eigenaresse van de casa, want dit levert haar nu een slechte referentie op.

Tijd voor wat frisse lucht dus zetten we koers naar het noorden. Een lange saaie weg brengt ons naar een 26 kilometer lange dam. Cubanen mogen alleen over de dam met een speciale vergunning dus wordt er streng gecontroleerd. Het is er rommelig maar manoeuvreert zich een weg naar het tolpoortje.

Eenmaal op de dam vertelt Ed pas aan ons dat hij in zijn achteruitkijkspiegel, een aantal
meters achter hem, woest een agent zag die wild met zijn armen zwaaiden én floot om Ed te laten stoppen. Eerst gewoon vervolgens geïrriteerd en ten slot compleet gefrustreerd. Ed dacht 'Ik doe gewoon of ik gek ben' en de rest van ons heeft het écht niet in de gaten gehad. Het werkt want hij komt ons niet achteraan. Deze smalle weg leidt om dwars door prachtig blauw water naar het beloofde paradijs: Cayo Coco. Zeker het laatste stukje wordt door ons erg gewaardeerd vanwege de onverstoorbare, foeragerende flamingo’s.

Nu nog een plekje voor de nacht zoeken wat niet zo makkelijk is omdat de hotels die hier staan vol zit met toeristen die een pakketreis geboekt hebben. Los boeken is de hoofdprijs betalen. Villa Azul ligt als enige een paar kilometer van het strand dus deze bezoeken we als eerste. Het grote zwembad nodigt ons van harte uit voor een duik. Aanlokkelijk maar eerst maar eens vragen wat het per nacht kost. Dit blijkt 70 CUC per kamer te zijn maar wel met ontbijt en diner. Voor wat we gelezen hebben in de reisgidsen valt dit mee voor hier maar we besluiten toch nog even op verdere onderzoek uit te gaan. De grote luxe hotels aan het strand rekenen zonder blikken of blozen 220 CUC (Euro 200,00) per nacht, per kamer. Bizar als je bedenkt dat een mooi kamer in een casa maximaal 25 CUC per nacht, per kamer kost. Maar die zijn hier bij wet verboden. Naast een duur hotel is het enige alternatief een campismo. Een soort camping maar dan met verblijf in cabana’s.

De enige campismo die wij tegenkomen is nogal afgekloven. Bovendien zijn we hier niet welkom. We are full' zegt de forse donkere dame met een slome stem. Wat ze eigenlijk bedoelt is: 'Ik zeg dat we vol zitten, want extra gasten betekent meer werk en daar word ik moe van'

We rijden terug naar Villa Azul, boeken twee kamers en springen in onze zwemkleding. Pooltime & Cocktailtime! Wanneer we hongerig naar het restaurant lopen krijgen we de dop op onze neus. Er is iets van een buffet maar er is voor ons alleen rijst en een prutteltje met ondefinieerbaar vlees. De kip en het varkensvlees is blijkbaar niet voor ons bedoeld. Ik loop naar de receptie en beklaag me hierover. Mijn klacht wordt gehonoreerd maar tegen de tijd dat dit door is gekomen bij het restaurant is al het vlees al op. Behalve één kippenpootje en een stukje varkensvlees. Het enige andere vlees wat nog beschikbaar is, zijn de vliegen die in grote aantallen in het restaurant aanwezig zijn. Op dit paradijselijke eiland moet je blijkbaar niet zuren als je geen honderden euro’s voor een overnachting wilt betalen. De gelukkige Cubanen die al zo rijk zijn dat ze in eigen land op vakantie kunnen, vinden dit onderkomen al hemel op aarde, al zullen zij ongetwijfeld een veel lagere prijs betalen.

Net als we een kopje thee en koffie in het poolbar bestellen komen er twee jonge Nederlands dames op ons afgelopen. Eentje heeft er oorontsteking en wil graag naar een ziekenpost, welke in een duur hotel langs de kust zit. Omdat ze zelf niet over een auto beschikken strikken ze onze mannen, die ze uiteraard van dienst zijn. Daarna gaan we de bedden en de onmisbare airco van dit onderkomen maar eens testen.

DAY 14

Aug 17 2016
Vamos a la playa I

Hagelwitte, fijne zandstranden omzoomd door palmbomen, dat is wat we de komende dagen voor ogen hebben. We starten met Playa Prohibida, op dit strand is de natuur nog de baas en zoals de naam al aangeeft, mag hier niets gebouwd worden. Het is inderdaad mooi gelegen, maar het is er ook vervuild met aangespoeld afval. Omdat het ons wel een hele mooie snorkelplek lijkt nemen we toch even snel een duik. Het onderwaterleven valt tegen en we zetten koers naar Playa Flamenco’s. Hier waan je je echt gast in het paradijs.

Alsof je zo een levend schilderij instapt, onbeschrijfelijk mooi. Nog niet eerder heb ik zulk wit en fijn zand gezien in combinatie met kristalhelder water en een azuurblauwe zee. Het zand is trouwens een weldaad voor de voetjes en is behalve breed ook ideaal omdat het langzaam afloopt in zee. Het is hierdoor wel minder geschikt om te snorkelen. Daarvoor zal je 100 meter uit de kust moeten zwemmen, hier ligt namelijk het één na grootste rif van de wereld. Alleen Great Barrier Reef is groter. We kiezen een paar strandbedden uit onder een idyllische rieten parasol, smeren ons uitgebreid in en gaan er eens lekker voor liggen. Dit is vakantie!

Aan het einde van de middag, inmiddels verschrompeld en roodverbrand, is het tijd voor een eilandtour. Naast de 22 km lange maagdelijke zandstranden heeft dit eiland namelijk nog veel meer te bieden. Hier komt de grootste aantal inheemse vogelsoorten voor van heel Cuba, dankzij de vele moerassen, poelen en mangroves. We besluiten naar het oosten te rijden richting Caya Romana. Via een verbindingsweg komen we op Cayo Paredon Grande. Hier is nog geen hotel of restaurant te vinden maar dit zit wel in de planning, vermoeden we. De regering is volop bezig met de aanleg van een weg. Deze eilanden moet een voorbeeld zijn voor de rest van Cuba hoe toerisme en ecologische evenwicht hand in hand gaan. We hopen het van harte want de natuur is hier zo mooi maar ook ongelooflijk kwetsbaar. We stoppen regelmatig om de meest mooie (water)vogels te fotograferen. Als kers op de taart treffen we helemaal op het uiterste puntje Punta El Faro aan, een verlate vuurtoren. De vuurtoren zelf is een verticaal stuk verroest ijzer, maar de ligging is een plaatje. In het azuurblauwe water zwemmen een paar locals, die ons vriendelijk begroeten. Zo ook de vuurtorenwachter die ons vraagt of we de vuurtoren willen bekijken. Natuurlijk! Hij stopt acuut met vissen en gaat op zoek naar de sleutel en opent vervolgens de roestige toegangsdeur. Het is direct duidelijk, erosie viert hier al decennia feest. We genieten van de trots waarmee de vuurtorenwachter ons omhoog leidt. Het is goed oppassen waar je loopt omdat veel bodemplaten al doorgeroest zijn, ook de trappen zijn niet verschoond gebleven van de tand des tijds.

Helemaal bovenin hebben we een fantastisch uitzicht door de raampjes. We ervaren het echt als een cadeautje, dat we zo spontaan een bezichtiging krijgen. Vol passie legt hij uit dat hij al 16 jaar vuurtorenwachter is. Slechts één keer per dag loopt hij naar boven om het systeem aan te zetten. Niet echt een stressvolle baan, lijkt ons. Voor het onderhoud aan de vuurtoren is geld nodig die Fidel blijkbaar niet beschikbaar stelt. Het enige wat in zijn vermogen ligt is het onderhoud van de raderen en deze lopen dan ook als een nieuwe naaimachine. Glimmend wijst hij ons ook op de vuurtorenlamp. ‘Een echte Philips!’ Hier moeten wij hartelijk om lachen. Er loopt ook nog een rand buitenom. Miriam en ik zetten hier even een paar voeten op maar hij geeft zelf al aan dat deze echt niet meer te vertrouwen is. We geloven hem direct en stappen snel weer naar binnen!

Weer beneden ademen we gretig de frisse zeelucht in. We rijden verder op dit pittoreske eiland en vinden een verlate strandje waar we weer een echte bounty-belevenis hebben. Even verderop treffen we een hele grote zandvlakte aan, vermoedelijk komt hier een hotel te staan. Best jammer eigenlijk maar wel leuk om nu even lekker met de auto op rond te crossen en je handrem aan te trekken. Voordat we terug zijn op onze eigen eiland, Cayo Coco, is het al etenstijd en besluiten we om met onze zoute lijven gewoon ergens te gaan eten. Omdat Miriam en ik geen zin hebben in het vliegenbuffet, halen we de mannen over om ergens anders te eten. Kan ons het schelen! De wens is Italiaans maar deze is niet voorhanden. Na wat gezoek eindigen we in een mooi hotel waar we gebruik mogen maken van het buffet. Een zéér uitgebreid buffet, even iets anders dan gisterenavond. Na twee weken fruit, rijst en een simpel stukje vlees vergapen we ons aan alles wat hier ligt. Het is gewoon overdadig veel en alhoewel we het liefste vier keer zouden opscheppen, zitten we na twee bordjes al vol. Het ontbijt kunnen we morgen wel overslaan. Als het amateuristische entertainment van start gaat, rijden we terug naar ons onderkomen voor een heerlijk douche. Deze dag in het paradijs gaan we morgen nog maar eens overdoen!

DAY 15

Aug 18 2016
Vamos a la playa II

Gisteren was een heerlijk dag, die status willen we vandaag weer bereiken. Alleen maar zonnebaden is maar saai, dus uiteraard maken we er ook meteen een excursie van. Vandaag gaan we het westelijk deel ontdekken: Cayo Guillermo. Ook dit eiland is weer met een dam verbonden met het hoofdeiland. Ook hier presenteert moeder natuur zich van haar mooiste kant. We zien knalroze bijna oranje Flamingo’s ongestoord foerageren tussen de mangroves en kunnen het niet laten om een aantal keer te stoppen.

Op het uiterste puntje bij Playa Pilar parkeren we onze auto en volgen de lange houten brug door de mangrove naar het strand. Wauw! Wederom een strand die niet zou misstaan in een reisgids. Ditmaal kiezen we voor een luxe ligbed, welke meer wegheeft van een groot hemelbed. Nadat we deze hebben ‘ingericht’, gaan we snel in de eat-sleep-swim-repeat stand. Hemels! In de middag rijden we nog even langs een lost place, maar ook deze blijkt militair terrein.

We sluiten deze perfecte dag af met een duik in ons grote en luxe zwembad waar we de Cubaanse economie weer een financiële injectie geven door flink wat te bestellen bij de bar. Zelfs het buffet valt positief uit want het blijkt dit keer echt een buffet waarbij de keuze niet slecht is. Hoe sluit je zo een dag nu het beste af? Simpel. In de schommelstoelen bij de bar van het zwembad natuurlijk. Meteen een ideale plek om eens rustig te bloggen.

DAY 16

Aug 19 2016

Genoeg geluierd in het paradijs. Dus proppen we al onze bagage weer in de achterbak en zetten koers naar Santa Clara. Dit betekent een flink aantal kilometers terugrijden naar het westen. Om de lange reisdag een beetje te onderbreken lunchen we in Caibarien. Lunchen? Ja echt waar, de derde keer in 16 dagen. Gekkenhuis! We parkeren de auto voor een pizzeria en lopen naar binnen. Ideaal blijkt, want vanaf hier kunnen we door de geblindeerde ramen onze auto goed in de gaten houden. We bestellen een paar pizza’s en verbazen ons over de goede smaak. Que rico! Terwijl wij zo aan het smikkelen ziet Paul dat iemand spontaan onze auto begint te wassen. Humor! Hij stopt niet na de ramen maar gaat rustig totdat de hele auto weer spik en span is. Nou ja… Op de verse teersporen die we hebben opgelopen tijdens onze reis daar gelaten dan. Als hij klaar is zet hij de ruitenwissers omhoog en hangt zijn doekje hieraan. Zonder dat hij er weet van heeft, zien we hem zelf ook nog even trots naar het resultaat kijken. We geinen over hoe we hierop gaan reageren. Omdat hij er uitziet alsof hij wel een centje kan gebruiken, hij erg zijn best heeft gedaan én omdat de Geely wel een wasbeurt kon gebruiken geven we hem een beloning. Nadat we hem eerst een compliment over zijn werk geven uiteraard, want Cubanen zijn een trots volkje.

Met meer dan goed gevulde buiken rijden we door naar Santa Clara. Er is een duidelijke taakverdeling tussen de mannen en de vrouwen ontstaan. De mannen rijden om de beurt en de vrouwen gaan alvast op zoek naar een goede casa particulare. We gebruiken hiervoor onze drie reisgidsen, Maps.me en CubaJunky (hele goede offline apps, by the way!) Het prettige is dat Paul illegaal zijn GPS het land heeft in gesmokkeld en we dus overal de weg weten. Fijn om zo goed geoutilleerd te zijn. Miriam is erg enthousiast over een casa particulare in het centrum van Santa Clara.

Het onderkomen Florida Center blijkt gevestigd in een huis uit 1876 en is tot in de details ingericht met prachtige koloniale meubels en inheemse planten die niet zouden misstaan in een vijfsterrenhotel. In de binnentuin is een restaurant gevestigd die zeer goed aangeschreven staat in de boekjes. Helaas geeft de eigenaar aan geen plek meer te hebben maar hij werkt samen met een ander casa die twee blokken verder zit. Hij belt even voor ons en we hebben geluk. Wel zijn we zo slim om voor vanavond meteen een tafel te reserveren in het restaurant. Het alternatieve onderkomen, Casa Bueno Vista, is minstens net zo mooi! Het bed van Ed en mij is zelf 1.90 breed dus we kunnen ook overdwars liggen.

Santa Clara is naast een universiteitsstad ook de stad van Che Guevara. Het was hier, in 1958, dat commandante Guevara deze stad innam. Op het centrale plein, Parque Vida, zie je het bewijs nog terug in de vele kogelgaten in hotel Santa Clara Libre. De bevrijding van de stad kwam tot stand doordat hij eerder in Santa Clara een gepantserde trein met wapens en troepenversterking wist te veroveren. Dit kreeg hij heel listig voor elkaar door eerst de trein te laten ontsporen met een shovel en vervolgens de trein met molotovcocktails te bekogelen. Op de locatie is nu een museum gevestigd in vier oude treinwagons. Het feit dat een aantal jaar geleden ook de stoffelijke overschotten van de zwartgelokte revolutionair in Santa Clara zijn ondergebracht, zorgt ervoor Santa Clara veel toeristen trekt. Che is naast Fidel altijd nog het meest afgebeelde figuur op elk denkbaar voorwerp wat je maar kunt verzinnen. Na een verkwikkende douche, gaan we naar ons gereserveerde restaurant.

Op het moment dat wij binnenkomen is het al stampvol en wachten zelfs mensen bij de deur. Wij mogen doorlopen en verheugen ons op het avondeten. Anderhalf uur later verheugen wij ons nog steeds op het avondeten. Uiteindelijk, na nog eens aandringen, krijgen we ons eten al is het niet helemaal wat we besteld hadden. We nemen het maar voor lief, maar de fooi hebben ze verspeeld. Het eten valt ook wat tegen, naar ons idee kunnen ze de drukte totaal niet aan. Dit vermoeden wordt bevestigd wanneer we de rekening vragen, want helaas voor hen hebben ze niet alles genoteerd. Niet ons probleem vinden we. Wanneer we bij onze casa aankomen kunnen we linea recta naar bed want morgen staat er weer een lange autorit op het programma.

DAY 17

Aug 20 2016
Las Terrazzas

De spijsvertering van het avondeten is nog in volle gang als wij op de gezellige patio alweer aan de ontbijttafel plaatsnemen. Pfff, weer eten! Fruit is gelukkig licht verteerbaar, maar de rest van al het overvloed verdwijnt in ons lunchpakketje. Je bent Hollander of niet. Voordat we de stad definitief verlaten rijden we nog even langs hét Che monument. Het is een gigantische bronzen beeld, die met een muts en geweer over een enorme betonvlakte uitkijkt. Met aan zijn voeten de slagzin: ‘Hasta La Victoria Siempre’ oftewel ‘Altijd tot de overwinning’ gebeiteld. We nemen er een aantal kiekjes van en geven vervolgens snel gas richting Vinales.

Het eerste deel van de route gaat over de ‘snelweg’ waardoor we best vlot wat kilometers kunnen wegtikken. Al moet je als chauffeur continu blijven opletten want ook hier tref je lifters aan, soms zelfs midden op de weg. Ook voegt er regelmatig een paard met wagen of een ossenkar in. Rechtstreeks van het rijstveld. Na de zuidelijke rondweg van Havana, kiezen we voor een meer toeristische route naar de westkust van Cuba. Ons doel is om vanavond te overnachten in Las Terrazas, een ecologisch natuurreservaat. Midden in dit park ligt een overnachtingsplek waarbij je kunt slapen in houten cabana’s op palen. Dat lijkt ons wel wat.

Inmiddels heeft onze auto dorst gekregen en omdat je niet overal goed aan benzine kunt komen, kiezen we ervoor om eerst even door te rijden naar een benzinestation langs de grote weg. Miriam maakt van de gelegenheid gebruik om te toiletteren, Paul en ik duiken ondertussen in een wegenkaart en Ed stapt uit om te betalen. Nog geen vijf minuten later beseffen we dat dit erg dom was! De man van het tankstation heeft zijn kans schoon gezien. Paul zat immers achter het stuur en was druk met een kaart in de weer dus laat hij Ed een volle tank afrekenen terwijl al snel blijkt dat de tank slechts halfvol is. Net te laat om terug te rijden. Een dure scam, het kost ons omgerekend ongeveer tien cocktails. Alle andere keren waren we scherp, gebeurde er niets. We zijn aan het verslappen, dat is duidelijk!

Eenmaal bij Las Terrazas struikelen we bijna over de mensen, het is vandaag zaterdag en de Cubanen die het wat beter hebben maken een dagtrip naar zwemrivier Rio San Juan. De cabanas liggen hier direct naast. Miriam en ik lopen het park in en worden een beetje kriegel van de hoeveelheid recreanten. Cubanen zijn nogal extrovert.

De cabanas blijkt zien er slecht uit. Voor een vervallen hutje met amper ruimte voor twee kleine matrassen vragen ze de hoofdprijs. Daar komt nog bij dat je het enige toilet moet delen met de honderden dagjes mensen. Nou...toch maar niet! We besluiten verder te zoeken en vinden al snel een casa met twee kamers. De kamers zijn mooi maar ook hier treffen we grote Cubaanse families aan die nogal luidruchtig zijn. Daar hebben we gewoon niet zo een zin in. Drie keer is scheepsrecht want we belanden in een prachtige casa waar we de hele bovenverdieping tot onze beschikking hebben. Inclusief zitgedeelte en een keuken.

Op het terras staan twee heerlijke schommelstoelen waarbij je over de maisvelden uitkijkt. Gastvrouw Margaritha is een enorm lieve vrouw die ons graag in de watten legt. Ondanks ons late tijdstip van arriveren, zorgt ze toch nog voor een heerlijk diner. In het donker zien we vuurvliegen en iets groots beneden. Miriam denkt aan een krabje maar het blijkt een vogelspin. Eeeuh….echt!!!? Toch even van dichtbij gekeken maar daarna snel weer naar onze veilige bovenverdieping. Als ik een uur later in mijn bed lig vraag ik me af of vogelspinnen eigenlijk kunnen traplopen. Net voordat ik het licht uit doe kijkt Ed een beetje vreemd, zijn ogen op de muur achter me gericht. ‘Het is net of ons stopcontact beweegt’, zegt hij. Bijna goed, het blijkt een prachtig vuurvliegje die we, na het uitgebreid bestudeerd te hebben, vrijlaten.
Op naar dromenland.

DAY 18

Aug 21 2016

Tijd om de wandelschoenen weer eens uit het vet te halen. Paul heeft een aantal mooie routes in zijn GPS staan dus staan we te popelen om dit gebied te ontdekken. Reserva Sierra del Rosario is uitgegroeid tot een zeer populair natuurreservaat met prachtige wandeltochten langs ruïnes van koffieplantages, kleine gehuchten, beekjes, watervallen en mooie panorama’s. Het bijzondere van dit gebied, met name Las Terrazas, is dat deze nederzetting pas in 1971 is gesticht met als doel herbebossing. Door de rijst- en koffieplantages was er een enorme kaalslag ontstaan. De regering koos een gebied van 5000 ha uit waarop de boeren 1500 km terrassen en 6 miljoen bomen planten! Wat een klus moet dat geweest zijn. De wandeling begint met een warming-up: een pittige klim naar de mirador Sorao. Het is het zweten en gepuf meer dan waard. Zo ver als onze ogen kunnen kijken, zien we groene bomen en planten. De blauwe lucht wordt opgesierd met zwevende gieren, een lust voor het oog.

Op de terugweg kopen we een paar bananen bij een klein stalletje. Op de vraag wat het kost, geeft hij aan dat we mogen betalen wat we het waard vinden. Dat hoor je niet vaak. Slim! We betalen een goede prijs en peuzelen de bananen met veel smaak op terwijl we verder wandelen. Dit keer naar een zwemvijver Baños de Bayate. Dit is duidelijk van de gebaande paden af, want we komen geen andere mensen tegen en ook het pad is zo nu en dan behoorlijk overwoekerd. Het zweet gutst ook nu weer van ons af. Ja, het is een warm land.

Wanneer we bij de rivier komen, hebben we wel zin in een duik. Volgens de GPS van Paul moet er verderop een meertje zijn en dat is altijd leuker om in te zwemmen. Het paadje er naar toe laat zich niet zo maar vinden maar de beloning is groot. Een prachtig lichtblauw meer doemt voor onze ogen op. Het meer is ongeveer 10 x 30 meter en omlijst door metershoge palmen en reusachtige bamboe. Een sprookje! We stropen de kleding van ons af, want zo doorweekt van het zweet kun je het geen uitkleden meer noemen en verruilen het voor onze badkleding. Te water! Het meer blijkt dieper en dus kouder dan gedacht maar wat is dit lekker! Midden in het oerwoud een prachtig meer voor jezelf hebben, dat is toch het ultieme Robinson gevoel? Pas veel later, wanneer we het koud hebben, klimmen we weer op de kant en nuttigen onze meegebrachte lunch.

Op het moment dat we er net uit zijn kunnen we ons niet meer voorstellen hoe warm we het daarvoor hadden. Raar, want een half uur verder kunnen we ons niet meer voorstellen dat we het bijna koud hadden.

We rijden nog afloop nog even langs de waterval genaamd ‘Cascade de Soroa’ maar ook vandaag is het er erg druk en de prijzen voor de cocktails zijn onredelijk hoog. Om die reden rijden we terug naar onze casa en genieten op ons dakterras van het rurale leven. Een paar uurtjes later serveert Margaritha weer een uitgebreid diner. Best prettig om hiervoor niet de deur uit te hoeven, hierdoor hebben we een heerlijke lange avond.

Het nachtleven op het terras wordt ingeluid wanneer een boomkikker met floppend geluid op ons balustrade landt. Met verbazing zien we hoe hij grote sprongen neemt en zelf in de boom als een aap van tak naar tak springt. De rest van het nachtleven gebeurt in onze dromen want we vallen weer om van de slaap. Het is gewoon schandalig hoe vroeg we elke dag naar bed gaan. Maar de dagen zijn dan ook best indrukwekkend en vermoeiend

DAY 19

Aug 22 2016
Zwaar overschat

Hoe hardleers kun je zijn. Heel erg blijkbaar. Want na al het gezweet, gehijg en gepuf gaan we vandaag gewoon wéér een wandeling maken. Volgens de parkwachter zijn we verplicht om een gids te huren maar we weten dat dit een verkooptruc is. Eenmaal de schoenen aangetrokken en de rugzakken omgedaan worden we dan ook niet teruggeroepen. De wandeling is redelijk op gelijke hoogte dat is ook weleens prettig. Na een paar uur zijn we, wederom tot op de laatste draad bezweet terug.

Heel eerlijk gezegd hebben we geen noemenswaardige dieren gespot, ook de omgeving was niet spectaculair. Wij zijn dan ook van mening dat dit deel van Las Terrazas zwaar overschat is. Of misschien zijn we wel gewoon teveel verwend de afgelopen weken. De cocktails in het bijbehorende restaurant smaken daarentegen naar meer. Dus doen we nog een rondje.

Aansluitend rijden we nog even langs een uitzichtspunt, een orchideeën tuin en de waterval van Soroa. De orchideeën tuin is heel anders dan de naam doet vermoeden. Aan het begin van het terrein staat een kleine schuur vol met deze kleine kleurige bloemen, maar dat is het dan ook. Net voordat we teleurgesteld raken worden we betoverd door de schitterende tuin die erbij hoort. Je kunt echt zien dat deze met heel veel liefde en passie is aangelegd. Er is gewerkt met veel hoogte verschillen en kleine treden die je telkens naar een verborgen plekje brengen. Het is alsof je in een gigantisch tuincentrum loopt waar ze de laatste jaren meer Pokon dan water hebben gebruikt. De olifantenpoot en varens zijn van buitenaardse proportie. Het ontstaan van deze tuin is nogal een tragische. Na het verlies van hun kind trokken een advocaat met zijn vrouw naar dit buitenhuis waar de vrouw des huizes al haar liefde stopte in de orchideeën. Toen ook zij kort daarop overleed, nam haar man haar levenswerk over. En dat is precies wat deze tuin uitstraalt: levenswerk. Een heerlijke plek om tot rust te komen en dat lukt aardig tot we een kolibrie zien en deze proberen te fotograferen. Erg frustrerend om dit vliegensvlugge vogeltje onbewogen vast te leggen.

Omdat het vandaag maandag is gaan we ook nog even langs bij Cascade Soroa. Nog even lekker afkoelen in een waterval. Het is vandaag een stuk rustiger, zeker zo aan het einde van de dag. De mannen maken de hele afdaling naar beneden, Miriam en ik blijven badderen in een hoger gelegen deel van het riviertje. Heerlijk dat natuurlijke water, daar kun je geen genoeg van krijgen. Als het bijna donker begint te worden klimmen we met zijn allen weer omhoog naar het parkeerterrein. Ons leven is deze dagen nogal overzichtelijk: ook vandaag krijgen we weer een heerlijk diner van Margaritha, inclusief entertainment van de boomkikkers.

DAY 20

Aug 23 2016

Nadat we Margaritha hebben moeten beloven dat we nog eens terugkomen, rijden we verder naar het westen naar Valle de Vinales, bekend van het bruine goud: de sigaar. Ed heeft wel zin in een strand- of zwembadmiddag dus zijn we voornemens om aan de noordkust te stoppen bij een leuk strand. Tijdens de rit veranderen we onze planning en kiezen we ervoor om door te rijden naar Vinales en daar een mooi hotel met zwembad te zoeken. Scheelt veel extra kilometers en zo hebben we meer tijd in dit bijzonder gebied.

Vinales staat in de Cuba top 3 en dat zie je duidelijk terug in het aantal casa particulares. Nergens anders in Cuba zie je er zoveel als hier. Bijna elke inwoner biedt een kamer in zijn huis aan, het is een grote ketting van blauwe bordjes. En dat het floreert zien we ook, bijna overal wordt hard gewerkt om nog een extra verdieping op het huis te zetten.

Hotels met zwembaden zijn echter schaars, in Vinales zijn er twee. De eerste vinden we veel te duur en het zwembad te klein en vies. Op weg naar het tweede adres worden we door locals tot stoppen gemaand omdat we een lekke band zou hebben. Tuurlijk. Maar de band blijkt écht heel zacht te zijn, dus moeten we wel stoppen. Een grote Cubaan wil ons graag helpen maar is hierbij erg dominant en dwingend. ‘Listen friend, listen’ brult hij continu in Paul zijn oor. Hij zegt zelf dat hij weet dat er veel toeristen worden genept met lekke banden maar hij wil ons alleen maar helpen, zegt hij. Onze alarmbellen rinkelen voluit en Paul en Ed besluiten de band gewoon ter plekke verwisselen. Dan kunnen we hier weg.

De Cubaan blijft in Paul zijn nek hijgen terwijl hij de band aan het verwisselen is. Hij schroomt daarbij niet om hem van commentaar te voorzien. Maar Ed en Paul hebben de band snel gewisseld. Wanneer de achterband eraf is, blijkt de dader een ijzeren hoefbeslag. We twijfelen aan de toedracht maar met het aantal paarden dat hier wordt bereden, zou het goed kunnen dat het echt pech is.

Eerst maar eens verder met onze zoektocht naar een onderkomen voor de nacht. Het tweede hotel met zwembad is Hotel Jasminez. Het is tevens het bekendste hotel vanwege de prachtige ligging. Vanaf de kamers en het zwembad kijk je namelijk zo de vallei met haar fotogenieke ronde heuvels. Helaas is er geen plek, wel kunnen we er tegen een kleine vergoeding zwemmen. Dat is natuurlijk ook goed. We zoeken even verder en jawel we vinden een eenvoudig maar rustig gelegen onderkomen. Een schattig houten huisje met een betonnen vloer, gedeelde badkamer en slaapkamer met fan. Geen airco helaas. Alle bagage is in een mum van tijd gedropt en in een hoog tempo rijden we terug naar hotel Jasminez om te zwemmen. Het blijft Cuba dus treffen we een gedateerd zwembad aan maar we zijn al lang blij dat we even kunnen afkoelen.

We willen ons netjes even eerst douchen maar ‘no hay’, dus duiken we er zo in. Al snel blijkt dat niemand bang hoeft te zijn voor onze bacteriën. De dosis chemicaliën in het blauwe water is bijzonder hoog en prikt nog meer dan de 50% Deet die we dagelijks op ons lijf smeren. ‘Is er soms toch nog ergens een verborgen kerncentrale en zwemmen we nu in het koelwater van die kernreactor’, vraagt Ed zich hardop af. Het uitzicht over de vallei vanuit het zwembad of vanaf het terras is zo onbeschrijfelijk mooi dat je ons niet hoort klagen. Bovendien smaakt het bier, de Mojito, en roomzachte Pina Colada hier zo lekker dat we er de rest van de middag doorbrengen.

Voor het diner in het naastgelegen restaurant Buena Vista, frissen we ons nog even op in onze casa. Het uitzicht bij het restaurant, is zoals de naam al doet vermoeden, prachtig. Het eten is ook hier weer niet geweldig, dus in tegenstelling tot de Thaise kreet ‘No view, but taste’ is ‘View, but no taste’ beter op zijn plek. Hiermee doe ik ze wel iets te kort want het eten is niet heel slecht maar ze bakken alles stuk totdat ze zeker weet dat het de kwalificatie schoenzool met trots kan dragen. Waarom doen ze dat toch? Voordat we gaan slapen, kijken we bij onze casa naar de sterrenhemel tot onze nekken pijn doen. Zo zonder lichtvervuiling kunnen we met het blote oog Orion en de Melkweg waarnemen. Wat een machtig en tegelijkertijd nietig gevoel.

Paul en ik proberen er mooie foto’s van te maken maar dat valt vies tegen. Ik geef het op maar Paul komt een heel eind door zijn ISO waarde naar de maximale hoogte te draaien. Voor ons doen is het al laat dus kruipen we onze warme mandjes in. Door rustig te blijven liggen hopen we te kunnen slapen met 26 graden.

DAY 21

Aug 24 2016

Als een dief in de nacht sluipen we om 6:15 naar onze auto, alsof we op de vlucht slaan zonder te betalen. Een paar minuten later staan we op het beroemdste uitkijkpunt van Vinales. Tot mijn verrassing zijn we de enige gekken en bovendien ook nog te vroeg. We gaan zitten terwijl achter ons de zon heel langzaam opkomt en het prille ochtendlicht over de mistige vallei werpt. Fotogenieker dan dit gaat het niet worden.

De reusachtige gesteentes (mogotes) die verspreid in het landschap liggen, zijn ongeveer 150 miljoen jaar geleden ontstaan in het Jura-tijdperk. Door een proces van eeuwen met wind, regen en zon heeft dit voor deze spectaculaire natuurverschijnsel gezorgd. De vallei bestond vroeger uit enorme grotten met ondergrondse rivieren en bronnen. Op een gegeven ogenblik zijn de daken van diverse grotten ingestort en bleef alleen de meest weerbarstige stukken kalksteen en mergel staan. Zo hebben de mogotes hun vreemde vorm gekregen, met vrij steile hellingen en aan de bovenkant vlak en dichtbegroeid.

Na onze dagelijkse overdosis vitamines bij het ontbijt besluiten we eerst maar eens onze te verhuizen naar onze geboekte casa voor de komende twee nachten. Elke keer als we denken ‘leuker of mooier wordt het niet’, worden we toch weer verrast door een geweldig onderkomen. Dit keer is het de zeer moderne, schone kamer met comfortabele bedden die ons blij maken. Bovendien is dit de eerste moderne, geluidsarme airco.

De afgelopen weken hebben we leren slapen met het geluid van een ronkende Boeing 747 boven onze hoofden. Na onze incheck staat er nog maar één verplichting op ons lijstje: op zoek naar een bandenplakker voor onze lekke reserveband.
Sinds een paar jaar mag je als Cubaan zelfstandig werken en het slimste beroep dat je kunt kiezen is misschien wel bandenplakker. In elk dorp is er wel eentje te vinden, deze staat zelfs vermeld in MapsMe. Ed vraagt wat het gaat kosten en de eigenaar zegt ‘between 2 and 16 CUC, it depends’. Wij gaan in geen geval meer betalen dan 10 CUC. Met veel creatieve hulpmiddelen wordt de band snel en vakkundig gerepareerd, het werktempo ligt opvallend hoog. Heel anders dan de werknemers in dienst van de staat welke het tot een ware kunst hebben verheven om zo min mogelijk te doen op een dag. Wanneer Ed wil afrekenen zegt de eigenaar dat we 16 CUC moeten betalen. Echt niet! Het was een eenvoudige reparatie. Vervelend dat de Cubanen je telkens pootje willen lichten. Ed en Paul gaan maar weer eens in discussie, helemaal als de Cubaan beweert dat hij tussen de 12-16 CUC heeft gezegd. We geven hem 10 CUC en gezien het feit dat hij dit zonder morren accepteert is voor ons de bevestiging dat hij prima aan ons heeft verdiend. En wij vinden het fijn dat we weer een reserveband hebben!


Ondanks al onze activiteiten is het pas 10:00 dus nog vroeg genoeg voor een mooi wandeling door de Vinales Vallei. Typisch voor Cuba is dat er zo min mogelijk bewegwijzering wordt geplaatst, op deze manier wordt er immers sneller een gids gehuurd. Sterker nog, ze roepen heel hard dat ook hier een gids verplicht is. Wij hebben Geo-Paul, dus gaan we ‘solo’ op pad. We parkeren in de schaduw naast een fruitstalletje. Om er zeker van te zijn dat we straks naast het geplakte reservewiel ook nog de andere vier banden hebben, betalen we de eigenaar van de kiosk één CUC vooraf en beloven hem 1 CUC achteraf. Prima geregeld! We verwisselen onze slippertjes voor stevige wandelschoenen, smeren zonnebrand en Deet (in die volgorde) en zijn er klaar voor. Wat we even hebben gemist is dat de eigenaar van de kiosk in diezelfde tijd op de tamtam heeft geslagen en er nu een bevriende gids voor onze neus staat die geen woord Engels spreekt maar hardnekkig aan ons blijft plakken. Erg irritant.
Duidelijke woorden en een nog duidelijkere blik van Paul doen wonderen, onze schaduw geeft het op.

Het is erg indrukwekkend om zo door de ‘mogotes’ te lopen. Ondanks dat het nu geen tabaksseizoen is, proeven we wel de sfeer dankzij de grote schuren van palmbladeren. Hierin worden de tabaksbladeren na de oogst gedroogd voordat er sigaren van worden gerold. De vruchtbare, rode aarde van de smalle paden steekt prachtig af tegen het al het groen om ons heen. We zijn nagenoeg de enige wandelaars, de rest van de toeristen rijden rond op paarden, inclusief gids. We vinden het echt een feest om hier te wandelen. Ook al verliezen we meer en sneller zweet dan we kunnen aanvullen met water simpelweg omdat er geen schaduw is. De beloning is een ondergrondse rivier in een grot: Cuevo del Palmarito. Aan het begin van de grot treffen we weer een aantal gidsen, die beweren dat we entree moeten betalen. Ze kunnen geen officieel permit laten zien dus het is klinkklare onzin maar irritant zijn ze wel. Ze gooien het over een andere boeg. ‘Het is voor onze eigen veiligheid en ze zijn verantwoordelijk voor ons. En de grot is gevaarlijk’. Als we ook daar niet intrappen, begint hij te dreigen dat hij de politie gaan bellen. ‘Prima’, zeggen wij. En weg is hij.



Het is een prachtige grot met veel stalagmieten, stalactieten en glinsterende mineralen. Het mooie vind ik dat hier geen verlichting of een professioneel wandelpad is aangelegd. Wanneer je nu rond schijnt met je zaklantaarn word je nog verrast door wat je in je lichtbundel aantreft. Bovendien moet je goed opletten waar je loopt en dat heeft ook zo zijn charme. Na 200 meter zijn we achterin de grot en treffen we een watertje aan van 30 x 5 meter. Omdat alles vochtig en modderig is op de kant, is het animo om te zwemmen niet zo groot. Behalve Paul, die laat zich als enige niet weerhouden en komt na een kwartiertje weer opgefrist het water uit. Eenmaal buiten hebben we best trek gekregen en na het vinden van een schaduwrijke boom, gaan de meegebrachte broodjes snel naar binnen.

Wanneer we een stuk later weer aankomen zien we dat de auto nog intact is waarop we ‘de parkeerwachter’ met een extra CUC belonen en meteen wat banaantjes bij hem kopen. In Cuba zijn deze klein van stuk maar ze zijn heerlijk van smaak. Nu verlangen we naar een douche ook al weten we dat het moment van frisheid maar kort is.

We kletsen nog even met de eigenaresse van de casa die ons verteld dat de grot echt gevaarlijk kan zijn. De kan in één minuut compleet vollopen, dit is al eens gebeurd toen moesten mensen gered worden. Logen de mannetjes bij de grot toch niet helemaal.

Op een terrasje in het dorpje bestellen we onze dagelijkse dosis alcohol, al blijf ik ver achter doordat de Pina Colada’s niet altijd te verkrijgen is. Thee is een nog veel groter probleem maar dat terzijde. In Sangria vind ik een passende vervanging. Ook al is het nog geen etenstijd we hebben reuze trek dus bestellen een pizza als middagsnack. Mmm, die smaakt verdient! Na nog twee pizza’s en een aantal heerlijke bruchetta’s realiseren we ons dat we iets hebben overdreven met de middagsnack.

Het diner slaan we nu maar over. Ach, dat levert wat meer vrije tijd op in onze schommelstoelen voor onze luxe casa. Erg prettig want ondanks dat het pas 21:00 is, is het gevoelsmatig al bijna middennacht. Van heel lang bloggen komt dan ook niets want de slaap is groot. Ondanks de stilte, val ik als een blok in slaap.

DAY 22

Aug 25 2016

De Vinales Vallei is verslavend mooi en dus kunnen we het niet laten. Na een uitgebreid ontbijt strikken we daarom de veters van onze wandelschoenen maar weer. We willen graag naar Cueva de la Vaca. Oftewel de koeiengrot. Inmiddels wijs geworden, zeulen we een flinke hoeveelheid koud en bevroren water mee en natuurlijk een lunchpakketje. Wie doet ons wat!

Ook vandaag is het weer een feestje om door dit gebied een track af te leggen. We genieten van de kleurenexplosie om ons heen. De rode bewerkte aarde onder onze voeten, 50 tinten groen van de bomen, planten en palmen en als achtergronddecor hoge, grijze kalkstenen rotsen. De babyblauwe hemel met schapenwolkjes zorgen voor een prachtig contrast. We passeren een paar boeren pauzerend in de schaduw van hun houten schuurtje. Iets verderop staan hun twee ossen, zij aan zij, uit te hijgen van het zware werk met een ouderwetse houten ploeg. Het laatste stukje van de track moeten we een stukje omhoog klimmen en dan ineens staan we bij de ingang van de grot. Ondanks de naam verwachten we hier geen koeien meer aan te treffen en ons vermoeden blijkt juist.

Volgens de track kun je dwars door de grot heen lopen, dus feitelijk is het een tunnel. We zijn de enige mensen hier en omdat het binnen pikdonker is, toveren we onze zaklantaarns en hoofdlampjes tevoorschijn. Nog geen 20 meter later krijgt Miriam zowat een rolberoerte. De grot is meer dan bewoond… door wel honderden vleermuizen die we nu storen in hun middagslaapje. Door de paniek die wij veroorzaken scheren ze in grote getalen rakelings langs onze hoofden. Bijzonder leuk, behalve als je deze zoogdieren een beetje griezelig vindt. Miriam gaat daarom alvast op zoek naar de uitgang, wij willen proberen wat foto͛s te maken. Nou ja, we drukken in het wilde weg op de knop terwijl we de vleugels langs oren voelen suizen. Tijd om ze met rust te laten, dus lopen we snel verder. Aan de andere kant van de grot treffen we een dalende stenen trap met flink wat treden. Het verrast me want vanaf de andere kant was het echt een oerwoudpaadje. Deze trap ligt er al vele, vele jaren wat goed te zien is doordat de natuur het op verschillende plaatsen weer heeft afgebroken of toegeëigend. Wat veel leuker is, is dat je bij de uitgang ook nog verder omhoog kunt klauteren. Door de jarenlange slijtage is er een soort omgekeerde overkapping ontstaan waarop zelfs bomen groeien.

De weg er naar toe leg je af via een geitenpaadje, bezaaid met miljoenen keutels. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over de complete vallei en het stadje zelf. De afdaling brengt ons weer met beide benen op de grond. We besluiten nog even verder de wandelen naar een ander uitzichtpunt. Het is niet zo moeilijk om te begrijpen dat we na de afdaling dus weer moeten klimmen. Op het heetst van de dag. Uiteraard. ͚Kak͛, zegt Ed.

Het wandelpaadje waarop we ons inmiddels bevinden wordt steeds smaller en de takken van struiken irriteren onze bezwete blote benen. Fijn. Heb je eindelijk een beetje bruinen benen, kun je nog geen jurkje aan omdat het lijkt of je ruzie hebt gehad met je epilady. Dit en omdat we niet het idee hebben dat we op deze mirador een mooier uitzicht gaan krijgen dan hiervoor, gaan Miriam en ik lekker even zitten. Paul en Ed stijgen verder. Echt alleen hoeven Miriam en ik ons niet te voelen want een peloton muggen houdt ons graag gezelschap. Deet!!! Na een kwartiertje horen we het gekraak van takken en komen de mannen weer terug. Met in hun handen een zelf geplukte kokosnoot. Vakkundig wordt deze door Ed onthoofd en genieten we van het verse kokoswater. Jammie!

Het uitzichtpunt was volgens de mannen niet de moeite waard dus dalen we via een andere route weer af naar beneden. Dit kleine paadjes loopt langs de hoge rotswand, dwars door hoge begroeiing. Vraag me niet waarom maar ineens horen we om ons heen prachtige gefluit en komen we ogen te kort voor de mooie vogeltjes die zich aan ons komen presenteren. Een Bruinbuikpiewie, een Cuba Tody en een Oriente Warbier. Vooral de Cuba Tody is een plaatje met haar felgroene verenkleed, haar witte borst en rode bef en snavel. Geweldig! Niet dat ik deze namen kende hoor, vond ze de moeite waard om even op te zoeken. We hebben in Las Terrazas uren gelopen en speciaal een vogelobservatorium bezocht maar daar geen vogel gezien. En juist nu we er helemaal niet mee bezig zijn worden we getrakteerd op deze mooie verenpracht!
Op de terugweg komen we nog kleine scharrelbiggetjes en een kudde geiten tegen. Ook passeren we nog een ananasveld, uiteraard ook hier zonder ananassen. Wanneer we de gekleurde huisjes weer zien, weten we dat we weer terug in Vinales zijn. Op naar een verfrissende douche. Terwijl ik daarna weer aan de reisblog werk gaan Ed, Paul en Miriam op souvenirs jacht en reserveren ze alvast bij een Italiaans restaurant waardoor ik me nu al verheug op het avondeten. En terecht. De zelf gemaakte ravioli met spinazie is ver-ruk-ke-lijk! Het lekkerste wat ik tot nu toe heb gegeten in Cuba. Ook mijn tafelgenoten laten het zich goed smaken. Het was weer een dag met een gouden randje!

DAY 23

Aug 26 2016
Back to Havana

Het einde van onze vakantie begint te naderen. Vandaag rijden we terug naar Havana waar we vanavond voor 22:00 de auto ingeleverd moeten hebben. Officieel hoeft dit pas de volgende ochtend voor 10.00 am maar dat is reistechnisch niet handig.

We zeggen onze comfortabele casa vaarwel en gaan op weg. Het is ongeveer twee uur rijden naar Havana dus we hebben alle tijd om onderweg nog even te stoppen. Voordat we deze stad uitrijden gaan we nog even langs een sigarenfabriekje genaamd 'Juan'. We kunnen er niet komen met de auto dus lopen we het laatste stukje. Juan zit met een paar tabaksbladeren aan een tafel en laat net aan een jong Spaans stel zien hoe je nu de perfecte sigaar maakt. Uiteraard vertelt hij het complete proces en we vinden het toch wel erg leuk om te zien. We roken zelf ook een sigaar, die heel zacht van smaak is. Miriam maakt van alles een filmpje zodat Ed achteraf kan genieten. Hij bewaakt namelijk de auto. Uiteraard kopen we ook een aantal sigaren voor thuis. Leuk om het toch even gezien en uitgelegd gekregen te hebben.

We besluiten via de stad Pinar del Rio te rijden. Dit is de laatste grote stad die de Spanjaarden nog in Cuba hebben gesticht. Het zal niemand verbazen dat deze stad zijn faam heeft verkregen dankzij de tabaksfabrieken. Karakteristiek in het straatbeeld van Pinar del Rio zijn de pastelkleurige huizen met grote voorportalen en zuilen in neoklassieke stijl. Vroeger kon je aan de ornamenten op de pilaren zien, hoe voornaam de bewoner was. Nu wordt de zuilengalerij voornamelijk gebruikt als wandelgebied.

Miriam heeft deze stad tijdens haar eerdere reis al eens bezocht en bewaard er goede herinneringen aan. Gek genoeg herkent ze er nagenoeg niets meer van als we er daadwerkelijk door heen slenteren. Het rustige stadje blijkt in deze tijd van het jaar een stuk drukker waardoor de sfeer ook anders is. Ed heeft zin in een ijsje en dat treft want we zien in de verte borden van een ijssalon. De teleurstelling is groot wanneer we voor de ingang een bord aantreffen met hierop ‘No hay Helado’. Een ijssalon, zonder ijs dus…. Tja, het blijft Cuba. Gelukkig mogen bewoners vanuit hun huis ook koffie en ijs verkopen dus even later zitten Ed en Paul alsnog gelukzalig te genieten van een huisgemaakt ijsje a raison van 3 pesos per stuk (ca. 18 eurocent).

We rijden via de ‘snelweg’ verder. Paul geeft aan dat er net buiten onze route nog een ‘lost place’ ligt. Het gaat om de voormalige ‘Hacienda Cortina’. Destijds bezit van een buitengewoon corrupte advocaat en senator. Het totale terrein behelst een oppervlakte van 22.000 hectare. Even voor de beeldvorming; een voetbalveld heeft een oppervlakte van een halve hectare. De woning en de bijbehorende beeldentuinen schijnen in een prachtige staat van verval te verkeren. Dit levert vaak bijzondere fotogenieke plaatjes op, Paul heeft een aantal voorbeelden hiervan gezien op internet.

Het huis staat ook wel bekend als La Guira Park. Op weg er naar toe passeren we zelfs een bewegwijzeringsbord. Dat had ons aan het denken moeten zetten. Niet veel later zijn we erg verrast als we voor een spiksplinternieuwe ingang staan in de vorm van een kasteel. Oh!? Er zou sprake zijn van het feit dat een buitenlandse investeerder het park weer nieuw leven in wil blazen, deze is zeker begonnen met de entree?

‘Willen we naar binnen?’ vraag ik. De meeste stemmen gelden dus rijden we door nadat we 5 CUC per persoon hebben betaald. ‘Voor dat geld moet het wel heel bijzonder zijn’, zeggen we tegen elkaar. Tien minuten later denk ik: ‘een rotsmaak is ook een smaak’. Het is wanstaltig en sfeerloos. Het is schreeuwerig, rommelig maar vooral nep. Zonde van ons geld maar vooral zonde dat ze het hebben opgeknapt. Als ‘lost place’ was het ongetwijfeld vele malen karaktervoller gebleven. Het enige mooie aan dit terrein vind ik nu alleen de uitgang. Gas op die lolly en wegwezen hier!

Onze laatste casa van deze reis ligt in het oudere deel van Havana, in Habana Centro. Wanneer we de straat inrijden merken we direct op dat dit deel duidelijker een stuk armer is dan Habana Viejo. Hier sliepen we drie weken geleden. We krijgen bijna een cultuurshock. Er ligt afval op straat, de huizen zijn in een erg slechte staat en daarnaast zien we veel bewoners lamlendig voor hun huis op de stoep zitten. Benieuwd waar wij terecht gaan komen! Gelukkig wordt het aan het einde van deze lange straat steeds beter. Hier zit onze casa. We hebben, dankzij onze vorige casa eigenaresse in Vinales, een reservering. Dit om te voorkomen dat je urenlang met de auto in het donker door Havana moet dolen. Via een smalle trap komen we, kruipdoor sluipdoor bij onze kamers. Cubaanser ga je het niet vinden. Het staat vol met kitsch inclusief plastic accessoires en protserige foto’s aan de muur. Onze kamers zijn op dezelfde manier ingericht met als extra aanvulling… gouden spiegels rondom het bed. Het zou niet misstaan in een bordeel.

Ed en Paul rijden door om de auto af te leveren en laten zich met een GoGo taxi, een geel eivormige fietstaxi, weer afzetten. We zijn blij dat we de auto hebben ingeleverd want al zou deze hier voor de deur blijven staan, dan vind je waarschijnlijk alleen nog je binnenspiegel terug. Als je gelukt hebt.

We besluiten naar Habana Viejo te lopen waar we op het Vieja plein wat gaan drinken. Er staat namelijk nog iets op het ‘To do-lijstje’ van Paul. Hij wil graag een drie liter biertap bestellen en dit is zijn laatste kans. Omdat we op dit terrasje op de eerste dag teveel hebben betaald, zijn we nu natuurlijk extra alert. Het terrasje krijgt van ons een tweede kans maar veel zin om ons te bedienen hebben ze duidelijk niet. Wanneer de biertap op ons tafeltje staat zien we dat het absoluut geen drie liter bier is wat we hebben gekregen. Dankzij de ronde pijp gevuld met ijsblokjes in het midden is het hooguit twee liter. Maar goed, het bier smaakt verder goed en in verhouding is de prijs nog steeds beter dan een normale bier. Wanneer we afrekenen noemt de ober een veel te hoog bedrag en Paul en ik zeggen er direct wat van. Nonchalant noemt hij een lager bedrag maar ook deze klopt niet. We rekenen het de ober maar even voor. Dit denkt hij te pareren door te zeggen dat er 10% servicekosten opkomen. Wij zetten hem schaakmat door te zeggen dat op het bord staat dat deze er al bij inzitten. ‘Nou, geef dan maar 14 CUC’, zegt de ober schaamteloos. We hebben niet gepast en we vermoeden dat het wel even kan duren voordat hij nu terugkomt met ons wisselgeld. Dat valt gelukkig mee, misschien dat hij nog hoopte op wat fooi?

Tijd voor ons laatste diner en deze willen we graag in ons restaurant – de oude drukkerij- nuttigen. Drie keer is tenslotte scheepsrecht! Ed is helemaal blij als de ober Chateuabriand opnoemt als dish of the day. Het zal toch niet? Een lekker stukje vlees en niet helemaal doorgebakken?! De ober vraagt zelfs hoe Ed hem gebakken wil hebben. Meduim graag!! En het lukt. 20 minuten later ligt er een mooi gebakken stukje koe op zijn bord.

We gaan terug naar de casa en we spreken met de eigenaresse af dat we om 8:30 ontbijten en duiken ons bed in. In dit soort huizen moet je je niet afvragen of het bouwkundig wel goedgekeurd is. Net zo min dat ik niet wil weten hoe het er boven het schrootjesplafond uitziet. Trusten.

DAY 24

Aug 27 2016
Even geduld aub

Ed en ik besluiten samen nog even Havana bij ochtendlicht te gaan ontdekken. Het opstaan valt al niet mee maar het huis uit komen is nog veel lastiger. Alles zit potdicht. We mogen blij zijn dat er vannacht geen brand uitgebroken is! Nadat we onze potige, vrouwelijke casa eigenaresse hebben gevonden staat we eindelijk op straat.

Er is al volop activiteit in de stad en we slenteren door eeuwenoude, karaktervolle straatjes en verbazen ons weer over hoe de Cubanen wonen en leven. Het straatleven en de bijbehorende sfeer hebben we nergens anders ter wereld zo ervaren. Er is zoveel te zien maar tegelijkertijd moet je opletten waar je loopt vanwege alle gaten in de straat. Hierdoor missen we ongetwijfeld een hoop. We lopen door naar het Parque Central waar overdag de mooie, oude Amerikaanse auto’s staan die te huur zijn voor een stadsrit. We willen een goede deal sluiten. Dit omdat we besloten hebben om ons in stijl bij de luchthaven te laten afzetten. En wat is er mooier dan je bij je casa te laten ophalen door een Cadillac of Chevrolet? We zijn helaas te vroeg. Er staat maar een enkele auto en dit is niet het model welke wij willen. Later nog maar eens proberen.

Ons ontbijt is op het dakterras met uitzicht over het oude Havana. Vanaf deze hoogte is het nog duidelijker dat de stad ernstig in verval is. Het dakterras heeft ook een leuks Spaans balkonnetje waarvan we niet weten hoe betrouwbaar die is. Toch gaan we er even op staan. Het zou wel heel toevallig zijn als deze net vandaag besluit in te storten. Elke dag storten er trouwens in Havana woningen is, dit hoort bij hun leven. Angst kennen ze niet.

Onze huisbazin komt met de rekening en we voelen ons genaaid doordat ze er in totaal 10 CUC op heeft gezet. Dit omdat ze extra af moet dragen aan een bureau, zegt ze. Klinkklare onzin maar we zijn zelf vergeten het afgesproken te verifiëren toen we gisteren, erg moe, arriveerden. We vonden haar al niet zo heel aardig, hoe zeer ze ook haar best doet om innemend te zijn.

Je merkt bij haar dat het een rol is, het zit niet ingebakken in haar DNA. En ik heb het niet zo op mensen die nep zijn. Na het ontbijt lopen we met zijn vieren nog even een rondje door de stad. Binnen tien minuten zijn we allemaal weer bezweet. Na alle natuur heb ik moeite met de vieze benauwde stadslucht. Inmiddels staan er voldoende oude auto’s op het plein en de mannen starten de onderhandeling. Het lastigste is dat we willen dat ze ons bij de casa oppikken, dat scheelt immers een heel gesleep met koffers. En niet iedereen weet dit adres te vinden en bovendien beschikt niet elke chauffeur de vergunning om naar de luchthaven te rijden. Maar er is toch keus genoeg en de deal wordt beklonken met een jonge Cubaanse chauffeur in een hemeltjesblauwe Chevrolet Cabrio. Hij belooft ons om 12:00 op te halen bij onze casa. Daar moeten we dan maar op vertrouwen.

We gaan nog even in het park zitten en lopen over een boulevard die wel erg sterk doet denken aan de Ramblas in Barcelona. Ook hier zitten links en rechts kunstenaars die hun creatieve producten aan de man willen brengen. Een stukje verderop staat een grote groep Cubanen bij elkaar en we zijn benieuwd naar het waarom. Ter plekke ontdekken we dat dit een openlucht makelaarskantoor is. Hier worden huizen te koop of te huur aangeboden. Een woning kost ongeveer Euro 9.000. Ook staan er mensen die hun vergunning verkopen. Geen idee of het allemaal legaal is al denk ik dat ik het antwoord hierop wel weet.

Even voor half twaalf zijn we terug in onze casa. Ed en ik willen nog even douchen, ook moeten onze spullen nog ingepakt worden. Nog geen vijf minuten later wordt er hard op onze kamerdeur geklopt en geschreeuwd: ‘Anton!, Anton!’ Onze hospice is blijkbaar uit haar rol gevallen en klinkt nu meer als Cruella de Vil terwijl ze Ed zijn officiële naam scandeert. Ed wilde net onder de douche stappen en denkt ‘ ik zal haar krijgen’ en doet de deur open met slechts een klein handdoekje voor zijn edele delen. En inderdaad het helpt, ze is stil. Ze meldt druk gebarend dat de taxi er al is. Een half uur te vroeg, wie had dat nou verwacht! Binnen tien minuten zijn we beide gedoucht, ingepakt en zitten we als een vier vorsten in de cabrio. Daaag Cruela, tot nooit weer ziens!

We genieten ongelooflijk van de rit naar het vliegveld. Wat een goed idee was dit! Dit is dé manier om afscheid te nemen van Cuba en al helemaal van Havana! Ruim een half uur later zwaaien we naar onze privéchauffeur en lopen we de vertrekhal binnen.

Zo ontzettend veel vluchten gaan er niet vanaf Havana dus ondanks dat we pas over drie uur vetrekken worden deze tijden al wel vermeld op de borden. ‘Oh, toch niet. He wacht eens even. Dat is gek. Er staan wel vluchten op die na ons vertrekken. Waar is onze vlucht?’ Deze staat nergens vermeld en we lopen naar een ander scherm, eigenlijk tegen beter weten in. Op zo een moment bekruipt je altijd een unheimisch gevoel dat je een dag te vroeg, of erger nog, een dag te laat bent.

Maar onze ticket bevestigt toch echt dat we vanmiddag om 15:55 vertrekken. Dan maar op zoek naar de informatiedesk. Typisch Cuba, de info desk is een heel klein laag bureautje met een mini-mens erachter. Er hangt nog net geen slogan boven met de tekst ‘Wij hebben liever niet dat u gebruik maakt van deze info desk’. Voor mij staan een aantal Spanjaarden en Italianen en aan hun doen en laten te zien vermoed ik dat ze ook in onwetendheid verkeren. Ik gluur op hun papieren en jawel ook zij vliegen met Air Berlin naar Düsseldorf. Aangezien de man van de info desk alleen Spaans spreekt laat ik hen alle vragen stellen en we laten hen in het Engels uitleggen wat de situatie is. Deze is niet leuk. De vlucht is vertraagd en niet zo een beetje ook. Het is nu bijna 13:00 en ze verwachten dat het vliegtuig pas tegen 23:00 vanavond in Havana aankomt. Wat!!

Omdat we niet kunnen beschikken over internet, sturen we een aantal sms’jes naar het thuisfront om ons s.v.p. te informeren. Het blijkt waar te zijn. Het vliegtuig welke uit Düsseldorf was vertrokken is omgekeerd vanwege een technisch mankement. Iets hydraulisch.Terug in Düsseldorf bleek het niet gerepareerd te kunnen worden dus moesten ze wachten op een vervangend groot toestel. Deze moest eerst vanuit Los Angeles komen alvorens deze vanuit Düsseldorf kan afreizen naar Havana. Tja, dat duurt efkes.

We balen enorm, dit betekent dat we nog ruim elf uur moeten wachten voordat we aan boord kunnen. En dan nog eens negen uur vliegen. Gatverdamme zeg! Ik heb er echt even een moment voor nodig om te accepteren dat het niet anders is. Wat ik met name vervelend vind is dat we dan nog maar zo kort hebben voordat we weer aan het werk moeten. We komen nu zondagmiddag laat aan in plaats van 7:20. En dat is niet fijn, net alsof ze een dag van je afpikken. Maar het is zoals het is en we zoeken een plekje om wat te drinken. Met een stopcontact zodat ik ook even kan bloggen. Een uur later blijkt dat de incheckbalie al wel open is. We zijn zo een beetje de laatste die dit ter oren komt. Ed besluit alvast in de rij te gaan staan en na ruim twee (!) uur zijn ook wij aan de beurt.

Voordeel is dat iedereen al door de douane is en we zo kunnen doorlopen. De veiligheidscontrole stelt hier niets voor. Ter compensatie voor de vertraging hebben we van AirBerlin een waardebon voor een diner ontvangen t.w.v. 11 CUC. Deze is te verzilveren bij de Cafetaria in de vertrekhal. Kan niet missen want verder is er niks. Deze Cafetaria weet niet wat hem overkomt! Normaal raakt hij zijn kleffe broodjes (enkel ham/kaas) en slappe frieten niet aan de straatstenen kwijt en nu staan er 325 klanten voor zijn counter. Je ziet hem denken ‘WTF?’ Dus ook hier weer in de rij voor je hapje en je drankje. Wachten moeten we toch, maakt ons nu niet meer uit hoe, wat en waar. Op het scherm wordt inmiddels de nieuwe vertrektijd genoemd 22:30. Dit kunnen ze ook niet waarmaken en als we eindelijk om 23:30 in het vliegtuig zitten, zien we dat ze de bagage nog moeten laden. Dit betekent nog eens een half uur extra wachten voordat we klaar zijn voor vertrek.

Nog geen vijf minuten nadat we zijn opgestegen zijn Ed en ik zo lamlendig en verrot van al het gehang op de luchthaven dat we als een blok in slaap vallen. We worden bijna gelijktijdig wakker en pakken onze telefoon in de hoop dat we minstens twee uur geslapen hebben. We hebben geluk, het zijn er ruim vijf! Dat is fijn. We hebben niks meegekregen van het eten maar de stewardess is zo lief geweest om twee flesjes water achter te laten. Dit heeft ze goed ingeschat want onze monden voelen aan als schuurpapier. Paul zit vlakbij ons en heeft ook wel wat kunnen slapen. Miriam zit in haar eentje een paar rijen naar voren en heeft helaas niet echt kunnen slapen. Voor haar was het dus een hele lange vlucht. Maar iedereen is blij als we op Düsseldorf landen.

Door een sluwe zet van Paul zijn we in no-time door de paspoortcontrole. Iedereen volgt namelijk trouw de EU stickers op de grond voor de nieuwe automatische paspoortcontrole. Maar je kunt ook nog kiezen voor een handmatige paspoortcontrole. Speciaal voor NIET ingezetenen van de EU staat er op de borden. Eronder staat echter met kleine letters ‘en voor alle andere reizigers’. Binnen twee tellen staan we bij de bagageband. Die wel erg leeg is, heel af en toe valt er een enkele koffer op. Weer wachten. De luchthaven had namelijk niet op ons gerekend. Dus duurt het zeker nog een uur voor we in het bezit zijn van onze koffers. We bellen de parkeerservice voor onze pick-up en om 17:00 ben ik herenigd met mijn Audi. De parkeerservice wilde nog even Euro 8,00 vangen omdat we later zijn gearriveerd. Ik vertel hem dat ik er niks aan kan doen dat we vertraging hadden en of hij niet met zijn hand over zijn hart kan strijken. ‘Ga maar' zegt hij, tenslotte. Joh…Cuba-Conga werkt ook in Europa! Heerlijk om weer zelf te rijden. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, voelen we ons toch redelijk fit en we besluiten tot een afscheidsdiner in Tilburg. We bellen de dochter van Paul en Miriam en strijken samen met haar vriend om 19:00 neer bij een Spaanse restaurant. Wat is eten lekker!!! Met dikke buiken staan we rond 23:00 bij ons voor de deur. Wat was het een gave vakantie. Dank je wel lieve reisgenoten voor deze onvergetelijke reis. Herinneringen genoeg, alleen nog even kiezen welke van de 3000 foto's we gaan inplakken....

DAY 25

Aug 28 2016
like
Share to SNS
Link copied.
Paste it somewhere!